ActueelGelderse Onderwijs en Arbeidsmarkt Link
ActueelGelderse Onderwijs en Arbeidsmarkt Link

Blog

Hier vind je interessante visies op de verbinding tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt. Hoe kan de aansluiting tussen leren en werken worden verbeterd? Je kunt je eigen ideeën eenvoudig delen door te reageren. Heb jij zelf een verhaal over dit onderwerp? Publiceer jouw blog hier! Wel eerst even registreren of inloggen.

 

  • Arbeidsmigranten: een aantal vraagstukken

    22-07-2021 433 keer bekeken 0 reacties
    Bericht Arbeidsmigranten: een aantal vraagstukken bekijken
    • Auteur: Sarah Drenth, projectleider maatschappelijke vraagstukken provincie Gelderland
    • Leestijd: 13 minuten

    In Nederland, en ook in Gelderland, is in bepaalde sectoren een tekort aan werknemers. Om dit tekort op te vangen, worden soms arbeidsmigranten ingezet. Arbeidsmigratie is dus in de basis een arbeidsmarktvraagstuk. Maar wie zijn die arbeidsmigranten eigenlijk? Welke trends en ontwikkelingen zijn er? En welke dilemma’s brengt arbeidsmigratie met zich mee?

    Maandelijks schrijf ik een artikel om een doorkijkje te geven in het thema arbeidsmigranten. Bij het schrijven van deze artikelen baseer ik me op bestaande publicaties en onderzoeken over arbeidsmigranten. Vorige keer blikte ik vooruit naar de toekomst: wat zijn de verwachtingen voor bevolkingsverandering in Nederland én in herkomstlanden van arbeidsmigranten? En wat betekent dat mogelijk voor de toekomst?

    Deze keer bespreek ik een aantal vraagstukken dat we zien bij arbeidsmigratie. Zo is er het dilemma van economische waarde enerzijds en druk op voorzieningen anderzijds. Maar er spelen ook vraagstukken rondom het buitenlandse talent dat in slechte omstandigheden moet werken, of dat van talentvraag en -aanbod. Hoe kijk jij naar deze vraagstukken?

     

    1. Economische waarde en druk op voorzieningen

    Er zijn verschillende dilemma’s in hoe je je beleid moet vormgeven. Zo kan migratie bijdragen aan de groei van beroepsbevolking, die nu onder druk komt te staan door vergrijzing. Aan de andere kant vergroot het ook de druk op woningvoorraad, onderwijs en verkeer en ruimte. Hierin spelen ook politieke afwegingen een rol: weegt de economische groei en daarmee de potentiële beroepsbevolking zwaarder, of juist het remmen van de bevolkingsgroei en daarmee de druk op de voorzieningen (NIDI en CBS, 2020)?

    Een rapport door SEO Economisch Onderzoek, in opdracht van de ABU (Algemene Bond Uitzendondernemingen) beschrijft de economische waarde van arbeidsmigranten voor Nederland. In 2015 hebben arbeidsmigranten negen miljard bijgedragen aan het BBP, bruto binnenlands product (1,5%). Door de inzet van arbeidsmigranten is, volgens het rapport, Nederland vier miljard euro rijker geworden. Naast deze bijdrage aan de economie, geven arbeidsmigranten ook als consument geld uit in Nederland en dragen ze bij aan inkomsten voor de collectieve sector (BTW, inkomstenbelasting). Ook draagt de aanwezigheid van arbeidsmigranten bij aan werkgelegenheid (SEO Economisch Onderzoek, 2018).

    De aanwezigheid van arbeidsmigranten lijkt niet tot nauwelijks te zorgen voor verdringing van Nederlanders op de arbeidsmarkt. Dus het is niet, of in beperkte mate, zo dat Nederlanders werkloos raken door de aanwezigheid van arbeidsmigranten. Met uitzondering van de landbouwsector, waarin het aantal banen voor Nederlandse werknemers afnam (SEO Economisch Onderzoek, 2018).

    Maatschappelijk

    Het rapport laat ook zien dat de aanwezigheid van arbeidsmigranten maatschappelijke kosten met zich meebrengt. Zo ontstaat er in bepaalde sectoren druk op lonen; in sectoren waar meer concurrentie is door arbeidsmigranten stijgen de lonen minder snel. Ook doen arbeidsmigranten een beroep op collectieve voorzieningen, zoals uitkeringen en zorg, terwijl ze er relatief gezien minder aan bijdragen. Daarnaast is huisvesting een grote uitdaging (die vaak het nieuws haalt). De huizenmarkt is al krap en er wordt vaak onvoldoende rekening gehouden met de huisvesting van arbeidsmigranten. Ten slotte kan de aanwezigheid van arbeidsmigranten gevolgen hebben voor de leefbaarheid. Arbeidsmigranten raken niet altijd goed geïntegreerd en dat heeft gevolgen voor de sociale cohesie. Sociale cohesie is de samenhang tussen mensen in de maatschappij (SEO Economisch Onderzoek, 2018).

    Ook door ander onderzoek wordt het onderwerp van sociale cohesie benoemd. Doordat er bijvoorbeeld geen beleid is voor huisvesting, verhuizen migranten relatief vaak. Dit is niet bevorderlijk voor het gevoel van ergens thuishoren en het schaadt de schoolloopbaan van kinderen. Dit komt ook doordat Oost-Europeanen geen inburgeringsplicht hebben, maar wel problemen met de Nederlandse taal ervaren (Strockmeijer, 2020).

    Uit onderzoek van 2013 komt naar voren dat er in de basis weinig overlast wordt ervaren door toedoen van arbeidsmigranten. Maar dat er met name overlastsituaties ontstaan als er sprake is van tijdelijke huisvesting. Het gaat dan met name om geluidsoverlast, parkeeroverlast, verloedering van de straat en het ontbreken van binding met de buurt. Taal is hierbij een obstakel, omdat het zowel voor omwonenden als voor instituten (gemeenten, wijkagent, et cetera) als arbeidsmigranten zelf lastiger is om contact te leggen (van Gestel, van Straalen, & Verhoeven, 2013).

    Doordat lang niet alle arbeidsmigranten zich registreren, hebben we als overheid vaak ook niet goed in beeld waar ze wonen en waar dus mogelijk versterking nodig is op voorzieningen zoals huisvesting en integratie.

    Duitsland

    Dit geeft soms ook problemen met de arbeidsmigranten die in Nederland werken, maar in Duitsland wonen. Dit komt vaak voor omdat de arbeidsvoorwaarden net iets gunstiger zijn in Nederland, maar de huisvestingskosten lager in Duitsland. In de grensregio’s zien we veel verkeer van arbeidsmigranten. In sommige Duitse gemeenten is er een grote aanwezigheid van arbeidsmigranten, waar ook die gemeenten niet altijd goed zicht op hebben.

    Voor leefomstandigheden betekent dit dat het district verantwoordelijk is om te controleren of de woningen voldoen aan de wet- en regelgeving. Samen met de gemeente houden ze hier toezicht op. De gemeente is daarnaast verantwoordelijk voor het borgen van de leefbaarheid van de wijk, en grijpt dus ook in als er risico’s zijn voor de openbare orde en veiligheid. De aanwezigheid van deze arbeidsmigranten geeft dus ook een extra druk op de voorzieningen in de Duitse grensregio, terwijl zij daar niet of beperkt bijdragen aan de economie. 

     

    2. Buitenlands talent in slechte omstandigheden

    Een ander dilemma is dat sectoren zoals landbouw, horeca en distributiecentra nu al in grote mate afhankelijk zijn van arbeidsmigranten, vaak met slechte arbeidsvoorwaarden en huisvesting. Hoewel we dus wel afhankelijk zijn van dit buitenlandse talent, komen ze regelmatig in slechte omstandigheden terecht (NIDI en CBS, 2020).

    Uit het rapport van SEO (SEO Economisch Onderzoek, 2018) blijkt al dat door de inzet van arbeidsmigranten de loonontwikkeling kan achterblijven in de segmenten waar arbeidsmigranten werken. Ook uit ander onderzoek komt naar voren dat arbeidsmigranten vooral in het minder aantrekkelijke, secundaire segment van de arbeidsmarkt terecht komen. Hier wordt ook naar verwezen als ‘de onderkant van de arbeidsmarkt’ (Strockmeijer, 2020).

    Doordat arbeidsmigranten uit Oost-Europa veelal via uitzendbureaus werken, worden zij in een afhankelijkheidspositie geplaatst. Hiermee lopen ze risico om in minder aantrekkelijke banen terecht te komen, met weinig mogelijkheden op arbeidsmobiliteit en geringe inkomensstijgingen. Waar andere niet-Westerse migrantengroepen met een langer werkverleden vaker een dienstverband en een hoger loon krijgen, lijkt deze mobiliteit niet op te gaan voor Oost-Europese migranten. Zij blijven vaak in tijdelijke dienstverbanden, tegen een laag loon en met onzekere arbeidsomstandigheden. Een mogelijke verklaring is dat de arbeidsmigrant zelf weinig onderhandelingsruimte heeft, onder andere doordat uitzendbureaus nieuwe arbeidsmigranten kunnen werven die het werk willen en kunnen overnemen (Strockmeijer, 2020).

    Door de kwetsbare arbeidspositie ervaren arbeidsmigranten vaker baanverlies en is er uiteindelijk ook in een grotere instroom in de WW (Strockmeijer, 2020). Tenzij de arbeidsmigranten niet ingeschreven staan in de BRP (Basisregistratie Personen), dan kunnen zij geen gebruik maken van deze voorziening.

    Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten

    Uit het rapport van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten blijkt dat de kwetsbaarheid van arbeidsmigranten ook te maken heeft met de zelfredzaamheid. De Nederlandse overheid gaat uit van zelfredzame en mondige burgers, terwijl deze groep lang niet altijd voor zichzelf durft op te komen (Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten, 2020b).

    Omdat arbeidsmigranten de Nederlandse taal (nog) niet beheersen, de Nederlandse regelgeving, instanties en gebruiken niet kennen en ze (nog) geen sociaal netwerk hebben, zijn ze vaak sterk afhankelijk van hun werkgever/uitzendbureau. Deze afhankelijkheid gaat verder dan werk, omdat de werkgever vaak ook de zorgverzekering en de huisvesting regelt (Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten, 2020b).

    De meeste werkgevers gaan goed om met de arbeidsmigranten, bieden eerlijk en veilig werk, regelen degelijke huisvesting en helpen arbeidsmigranten met het vinden van hun weg in de Nederlandse samenleving. Dan is er een groep werkgevers die gebruik maakt van de beperkte regelgeving die Nederland kent om arbeidsmigranten te beschermen. Ze regelen wel de huisvesting, maar proberen daar zo veel mogelijk aan te verdienen. Dat is misschien onwenselijk, maar niet onwettelijk. Ten slotte is er een groep werkgevers die bewust misbruik maakt van de kwetsbare positie van arbeidsmigranten. Ze betalen niet het volledige loon, bieden slechte huisvesting tegen hoge huur en houden zorgkosten in op het loon terwijl ze de zorgverzekering niet goed regelen (Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten, 2020b).

    Huisvesting

    Uit een pre-verkenning huisvesting arbeidsmigranten door de provincie Gelderland kwam naar voren dat de helft van de bevraagde arbeidsmigranten problemen ervaart rond uitzendbureaus, met betrekking tot het inhouden van salaris, uitbuiting, geen uitzicht op promotie, ontmoediging van op jezelf wonen en gebrek aan privacy (Provincie Gelderland, 2020b). Arbeidsmigranten hebben moeite met het vinden van geschikte huisvesting. Factoren hierin zijn dat ze afgewezen worden op basis van hun nationaliteit of  het ontbreken van een vast arbeidscontract. De huisvesting die door werkgevers geregeld wordt (denk aan bungalows of zogenaamde werknemershotels) worden door de bevraagde arbeidsmigranten als erbarmelijk beschreven (Provincie Gelderland, 2020b).

     

    3. Talentvraag en -aanbod

    Een derde dilemma is dat van de vraag naar talent en het aanbod van talent. De aard van de arbeidsvraag de komende jaren verandert door technologische ontwikkelingen en veranderingen in de economische structuur. Het is nog onduidelijk aan welke arbeidsmigranten de komende 30 jaar behoefte is, maar gezien de ontwikkeling van een afnemende beschikbare beroepsbevolking is het  aannemelijk dat de behoefte aan buitenlands talent blijft bestaan (NIDI en CBS, 2020).

    Er zal echter ook een wijziging zijn in het aanbod van talent. Het is maar de vraag of het aantrekkelijk blijkt voor arbeidsmigranten uit EU-landen om in Nederland te komen werken. We zien een stijging van welvaart en vergrijzing in de MOE-landen (Midden- en Oost-Europa), waar toch respectievelijk veel arbeidsmigranten vandaan komen (NIDI en CBS, 2020). Eerder beschreven we al dat een belangrijke reden voor arbeidsmigranten om hier te werken economische ongelijkheid is, waarbij de minimumlonen in de landen van herkomst veel lager zijn dan in Nederland. Echter zien we ook  verandering in de minimumlonen in die landen (zie figuur 1 in tweede blog) en verbetering van de arbeidsvoorwaarden (Eurostat Statistics Explained, 2020).

    Zo zien we nu al de trend dat de Polen langzaamaan wegtrekken uit Nederland (Strockmeijer, 2020) en ook dat er in de grensgebieden van de EU steeds meer arbeidsmigranten uit Azië worden aangetrokken. Deze verwachting is dat deze trend van het aantrekken van niet-Europese arbeidsmigranten zal doorzetten (Mendoza, Florczak, & Nepal, 2020).

    Onterecht wordt vaak aangenomen dat er een onbeperkt aanbod is van (laaggeschoolde) arbeid in armere landen. Maar ook in armere landen (binnen en buiten de EU) vindt een demografische verandering plaats, waardoor ook daar langzaamaan de arbeidsmogelijkheden en -voorwaarden verbeteren. Dus in de toekomst wordt ook dit aanbod van talent op de arbeidsmarkt schaars. Daarnaast is er competitie van verschillende rijkere lande die allemaal graag buitenlands talent willen inzetten, zowel op hooggeschoold als laaggeschoold werk (Castles, 2013). 

    Outsourcing of off-shoring

    De arbeidsmigranten die worden ingezet in bepaalde sectoren zijn vooral een aanvulling voor de werkgelegenheid. Arbeidsmigranten zijn namelijk bereid om het werk te doen in de bijbehorende omstandigheden en tegen de bijbehorende voorwaarden. Dat is noodzakelijk, bijvoorbeeld in de tuinbouw, om te kunnen blijven concurreren op de internationale markt. Als er geen arbeidsmigranten ingezet zouden kunnen worden en de voorwaarden zouden verbeteren, dan zou uiteindelijk het productieproces (gedeeltelijk) verplaatsen naar andere landen (SEO Economisch Onderzoek, 2018). 

    Deze off-shoring of outsourcing naar andere landen gebeurt al sinds de jaren ’70. Hierbij verplaatst met name de productiesector zich. Voor andere sectoren, zoals landbouw, bouw, zorg en horeca, is het niet altijd haalbaar of wenselijk om deze te verplaatsen naar andere landen. Dan wordt met name gekeken naar het outsourcen van de backoffice, zoals bijvoorbeeld call centers en dergelijke (Castles, 2013).

    Een belangrijke noot hierbij is ook dat sinds de uitbraak van COVID-19 steeds meer bedrijven ook weer kijken naar reshoring. Door de pandemie is scherp duidelijk geworden dat er ook een kwetsbaarheid zit in het uitbesteden van bepaalde productieprocessen. Zo heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat een verzoek ingediend bij de SER om een advies te geven over reshoring in de productiesector (SER, 2020).

    Personeelsstrategieën

    Uit het onderzoek van Anita Strockmeijer, als promovendus bij het UWV, blijkt dat in de tuinbouwsector werkgevers vaak kiezen voor een “low-road strategie” als het op personeel aankomt. Hierbij is de nadruk op kostenreductie en de inzet van arbeidsmigranten op flexibele arbeidscontracten dominant. Werkgevers zien de Poolse arbeidskrachten, die dus steeds meer terugtrekken, wel als waardevol. Echter hebben ze de aanname dat de verbetering van arbeidsvoorwaarden er niet in zal resulteren dat mensen blijven (2020).

    Binnen deze strategie zetten werkgevers wel steeds meer in op het nakomen van afspraken, onderling vertrouwen en correcte loonuitbetaling. Maar het blijft vaak op basis van tijdelijke overeenkomsten en weinig investeren in hun personeel. Daarmee wordt wel dus steeds meer ingezet op het voorkomen van uitbuiting, maar de algemene positie van arbeidsmigranten verbetert niet noodzakelijkerwijs binnen het bedrijf (Strockmeijer, 2020).

    Als het productieproces complexer wordt en er meer specifieke vaardigheden nodig zijn, zijn werkgevers wel sneller geneigd om te investeren in hun personeel en daarmee ook meer geneigd om personeel aan zich te binden (high-road strategie). Maar in het overgrote deel van de tuinbouw wordt met name gekeken naar het verbreden van aanbod in EU-personeel. Zo verlagen werkgevers bijvoorbeeld de functie-eisen zodat een groter aanbod van arbeidskrachten eraan voldoet (Strockmeijer, 2020).

    4. Kortom

    De aanwezigheid van arbeidsmigranten is goed voor de economie, maar geeft ook druk op voorzieningen, zoals huisvesting. De aanwezigheid en inzet van arbeidsmigranten draagt bij aan de Nederlandse economie en niet of in beperkte mate tot oneerlijke concurrentie op de arbeidsmarkt. Toch geeft de aanwezigheid van arbeidsmigranten ook druk op collectieve voorzieningen zoals uitkeringen en zorg, en ontstaan er problemen op gebied van huisvesting. Ook de sociale cohesie kan onder druk komen te staan door de aanwezigheid van arbeidsmigranten.

    Daarnaast zien we dat, hoewel verschillende sectoren écht afhankelijk zijn van arbeidsmigranten, we nog niet altijd op een correcte manier met deze werknemers omgaan. Arbeidsmigranten lopen het risico om in een kwetsbare positie terecht te komen op de arbeidsmarkt, met een afhankelijkheidsrelatie van de werkgever. Zo werken ze vaak in onzekere omstandigheden, zijn ze voor huisvesting en zorgverzekering afhankelijk van hun werkgever en hebben ze weinig mogelijkheden om hun situatie te verbeteren.

    En ten slotte is er nog de vraag voor de toekomstige talentvraag; hoewel we nog niet weten aan welke vaardigheden we over 30 jaar behoefte hebben, is het zeer aannemelijk dat de behoefte aan buitenlands talent (ook wel arbeidsmigranten) zal blijven bestaan. Dit komt door de verwachte afname van de beschikbare beroepsbevolking. Maar het is nog de vraag of het lukt om arbeidsmigranten aan ons te (blijven) binden. Er zijn namelijk ook in de herkomstlanden ontwikkelingen zoals vergrijzing en verhoging van het minimumloon. En er wordt in Nederland lang niet altijd veel geïnvesteerd door werkgevers in buitenlandse werknemers om ze te behouden. Als het niet lukt om arbeidsmigranten in te zetten, is het zeer aannemelijk dat bedrijven die daarvan afhankelijk zijn een (aantal) economische activiteiten naar het buitenland moeten verplaatsen.

     

    5. Bibliografie

    Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten. (2020b). Geen tweederangsburgers: aanbevelingen om misstanden bij arbeidsmigranten in Nederland tegen te gaan. Den Haag: Rijksoverheid. Opgehaald van https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2020/10/30/tweede-advies-aanjaagteam-bescherming-arbeidsmigranten

    Castles, S. (2013). The forces driving global migration. Journal of Intercultural Studies, 122-140.

    CBS. (2019a, december 17). Prognose: 19 miljoen inwoners in 2039. Opgehaald van CBS: https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2019/51/prognose-19-miljoen-inwoners-in-2039

    Companen. (2019). Bevolkings- en huishoudensprognose Gelderland 2019. Opgehaald van https://actieplanwonen.gelderland.nl/toolkit/1666097.aspx?t=Bevolkingsprognose

    Decisio. (2019). Memo cijfers arbeidsmigranten provincie Gelderland. Opgehaald van https://actieplanwonen.gelderland.nl/toolkit/1666104.aspx?t=Cijfers-arbeidsmigranten-provincie-Gelderland

    Eurostat Statistics Explained. (2020, juni 5). Eurostat Statistics Explained. Opgeroepen op november 27, 2020, van https://ec.europa.eu/eurostat/statistics-explained/index.php?title=Minimum_wage_statistics/nl

    Mendoza, D. R., Florczak, I., & Nepal, R. (2020). Shifting labor frontiers: the recruitment of South Asian migrant workers to the European Union. Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, Equidem Research Nepal, University of Lodz, FNV en Mondiaal FNV. FNV en Mondiaal FNV. Opgehaald van https://www.fnv.nl/getmedia/1c4294c1-eb04-48ce-8bb4-8bef95846804/Report-Shifting-Labor-Frontiers-DEF.pdf

    Neuteboom, N., Buijs, M., Menkveld, N., Swart, A. J., & Zandvliet, R. (2019). Special Arbeidsmigratie: oost-west, thuis best. Economisch Bureau en Sector Research. ABN-AMRO. Opgehaald van https://insights.abnamro.nl/2019/06/special-arbeidsmigratie-oost-west-thuis-best/

    NIDI en CBS. (2020). Bevolking 2050 in beeld: drukker, diverser en dubbelgrijs. Deelrapport Verkenning Bevolking 2050. Opgehaald van https://publ.nidi.nl/output/2020/nidi-cbs-2020-bevolking-2050-in-beeld.pdf

    Provincie Gelderland. (2020b). Huisvestingsstatus van arbeidsmigranten in de provincie Gelderland. Opgehaald van https://actieplanwonen.gelderland.nl/nieuws/1697266.aspx

    SEO Economisch Onderzoek. (2018). De economische waarde van arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa voor Nederland. ABU. Opgehaald van https://www.abu.nl/app/uploads/2019/03/SEO-Onderzoek_-De-economische-waarde-van-arbeidsmigranten-uit-Midden-en-Oost-Europa-voor-Nederland.pdf

    SER. (2020, juni 29). SER. Opgeroepen op november 11, 2020, van https://www.ser.nl/nl/actueel/Nieuws/reshoring-adviesaanvraag

    Strockmeijer, A. W. (2020). De arbeidsmarktpositie verklaart: werk en uitkeringsgebruik van Oost-Europese arbeidsmigranten in Nederland. Opgehaald van https://www.uwv.nl/overuwv/Images/de-arbeidsmarktpositie-verklaart.pdf

    van Gestel, B., van Straalen, E., & Verhoeven, M. (2013). Overlast, lokaal beleid en arbeidsmigranten uit Midden-en Oost-Europa. Den Haag: Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC).

  • The language of care

    07-07-2021 131 keer bekeken 0 reacties
    Bericht The language of care  bekijken

    Photo: Ms Maria Budzynska (left), translator Mr Pavel, and the theatre therapy pupils (SHAKER visit to Lublin, Poland (2021))

    It is Tuesday afternoon when I find myself face to face with the passionate theatre therapist Ms Maria Budzynska in Lublin, Poland. It’s the second of three study visits that day in the international SHAKER project, and the first live intercultural exchange. Also, my first international work trip ever. It has been a year and a half in the making, and most participants have only met this morning. Navigating the language barrier still takes some getting used to, as conversation flows in five different languages, only one of which we share. 

    Theatre

    Ms Maria introduces her pupils, some of whom have been under her tutelage for the better part of three decades. They touch her arm for support as they share something about themselves and their favourite play they’ve starred in: beautiful productions about what it means to have a mental disability in Polish society, about dreams for the future or big themes like exploring your sexuality. Theatre therapy has helped some to learn how to speak, some to gain a lot more independence; and all the pleasure of expression, belonging, making a valuable and appreciated contribution to their community. A few pupils get a little shy and tongue tied. No problem, where necessary Ms Maria ‘translates’ their message, which is in turn translated by Pavel, a former English teacher so we visitors too, can understand. I feel in awe of this life’s work I am witnessing. 

    Ms Maria solo
    Ms Maria Budzynska

    Shaker

    The SHAKER project is aimed at the exploration of problems with and the exchange of solutions to increase the attractiveness of the health and social care fields. All four participating regions* struggle with increasing pressure on the health and social care systems (for example due to ageing societies), and a decreasing number of interested students and medical and social care providers. Fewer future Ms Marias, or Mr Jaceks, or Ms Dorotas or any of the others playing such a pivotal role in the lives of handicapped people, elderly people in nursing homes, disadvantaged youths trying to find their way in life. 

    Bad rep

    Health and social care jobs at the practical VET level seem to suffer from a bad rep: low regard, low salary, hard work and long hours, little room for professional growth beyond a certain point. And so fewer and fewer students are interested in pursuing care giving careers, and fewer workers are willing to stay within the profession. Or they move to other regions or countries, where prospects might be better. Despite high demand for qualified staff and job safety, enrollment in the VET schools has been so low entire education tracks have been shut down. This to the great regret and sorrow of the headmasters and teachers; all heavily involved in local social and care programmes and activities. And to the dismay of the communities and regions that are directly affected by this.

    Learning from each other 

    These issues are shared in some way, shape or form by all regions and schools participating in SHAKER. By discussing ways to deal with them, we can build upon each other’s knowledge and experience. Maybe a Polish, French or Czech solution can be made applicable to the Gelderland situation too, or the other way around; the four regions have very different fields of influence, and the schools have varying degrees of autonomy.

    Ms Maria, in her white flowing blouse and with the fiery red hair, has made a lasting impression. We need her and many more people like her to keep our communities connected, inclusive and moving forward with care and understanding. I hope the SHAKER project will be a small way to contribute to that.

    * Participating regions are: the Polish region of Lubelskie, the French Grand Est region, the Czech Moravian-Silesian region and the Dutch province of Gelderland.

     

    Written by: Shosha Niesen (Programme of Education & Labour Market, Province of Gelderland)

       

  • Wat de provincie doet voor goed Gelders onderwijs (deel 3)

    05-07-2021 182 keer bekeken 0 reacties
    Bericht Wat de provincie doet voor goed Gelders onderwijs (deel 3) bekijken
    • Auteur: Skip Bentum, projectmedewerker lerarentekort provincie Gelderland
    • Leestijd: 5 minuten

    Over een paar weken is het zover: de zomervakantie begint! Leraren en leerlingen kunnen dan even bijkomen van een zwaar jaar en waarschijnlijk weer een echte zomer vieren. Toch is de aanloop naar de vakantie voor veel Gelderse scholen ook een spannende periode, want er moet haastig worden gekeken naar de bemensing voor het volgende schooljaar. Het lerarentekort is een feit, dus gaat het veel scholen helaas niet lukken om genoeg bevoegde leraren te vinden voor de tekortvakken. In mijn vorige blog vertelde ik dat we ons samen met partners hebben verdiept in hoe we kunnen helpen in het aanpakken van de tekorten. Vandaag wil ik jullie graag meenemen in hoe ik zelf graag zou willen zien dat het lerarentekort wordt opgelost en voorkomen.

    Iedereen doet mee

    We zijn allemaal verantwoordelijk voor goed onderwijs, niet alleen leraren. Scholen maken nu en in de nabije toekomst gebruik van de lerarenbeurzen van DUO om talent op te leiden tot bevoegde docenten. Zo zorgen ze ervoor dat hun leraren zichzelf verder kunnen ontwikkelen en breder inzetbaar zijn. Ook nemen scholen professionals in dienst die kennis hebben van een vak, maar nog geen bevoegdheid hebben. Die mensen mogen een aantal uren aan gastlessen verzorgen en worden goed gecoacht. Als ze het onderwijs leuk vinden helpt de school hen om een bevoegdheid te behalen.

    Scholen doen dit niet alleen. Ze doen dit samen met andere organisaties binnen het onderwijs, de overheid en het bedrijfsleven. Een schoolbestuur heeft goed contact met een Regionale Aanpak Personeelstekorten (RAP) en andere partners in de omgeving, waaronder de arbeidsmarktregio en de provincie. Zij helpen de school om vacatures te vervullen middels hun netwerken. Het leraarschap zien we als kansrijk en cruciaal beroep en we moedigen werkzoekenden aan om een loopbaan in het onderwijs te verkennen.

    Bedrijven doen ook mee. Bedrijven zien in dat ze moeten investeren in onderwijs om te zorgen dat er genoeg talent beschikbaar is. Ze werken samen met andere organisaties om kinderen te inspireren en te motiveren, zoals dat nu wordt gedaan door Techniekpact en Platform Talent voor Technologie op het gebied van techniek en technologie. Ook helpen bedrijven scholen bij het tegengaan van tekorten door werknemers beschikbaar te stellen.

    Lesgeven naast je baan

    Velen van ons zouden best willen lesgeven, maar de drempel om dit te kunnen gaan doen is voor de meesten nog te hoog. Een snelle en volledige carrièreswitch is daarom in het heden zeldzaam. In de nabije toekomst hoop ik dat het makkelijker wordt om deeltijd les te geven in het onderwijs naast je baan. Ze noemen dit hybride docentschap.

    Het hybride docentschap maakt het makkelijker voor scholen om vacatures te vervullen. Dit kan als scholen er meer voor open staan en bedrijven meer mee willen denken. Met goede begeleiding kan het eventueel een carrièreswitch versoepelen. Een ander voordeel is dat hybride docenten up-to-date kennis en kunde meenemen vanuit hun oorspronkelijke vakgebied, wat het onderwijs van de toekomst alleen nog maar beter maakt.

    Het wordt eenvoudiger voor scholen om talent te vinden en voor talent om de school te vinden. Regionale aanpakken werken samen met scholen en lerarenopleidingen om jong en oud talent te verbinden met scholen. Daarnaast zijn er landelijk en regionaal informatieloketten om mensen op weg te helpen naar een baan in het onderwijs.

    Elkaar leren lesgeven

    Het leraarschap is geen makkelijk beroep. Om leraren voor de klas te houden is het belangrijk om te investeren in hun ontwikkeling en ze goed te begeleiden. Regionale aanpakken, lerarenopleidingen en andere organisaties helpen daarmee, zodat scholen niet alles zelf hoeven te doen. Er zijn veel verschillende manieren om het behoud te verbeteren, bijvoorbeeld door het ontwikkelen van een cursus of een traineeship voor nieuwe leraren. Ook kan het helpen om leraren de kans te geven zich te ontwikkelen buiten het onderwijs.

    Kennis uitwisselen is ook belangrijk om het beroep en de werkomgeving te verbeteren. Door samen te komen en te sparren over leuke projecten en interessante onderwijsinnovaties, helpen stakeholders binnen en buiten het onderwijs elkaar. Graag zie ik dat men in heel Gelderland elkaar weet te vinden en er evenementen plaatsvinden gericht op kennisuitwisseling.

    Meten is weten

    Strategische HR is nodig om tekorten te voorspellen en om dat op tijd aan te pakken. Organisaties als Voion en Arbeidsmarktplatform PO zorgen er voor dat scholen meer hulpmiddelen hebben om een personeelsplanning te maken. Ook kunnen ze mede door acties van regionale aanpakken onderling leraren regionaal uitwisselen en gezamenlijk maatregelen nemen.

    Ook provincie Gelderland volgt ontwikkelingen in het onderwijs en houdt het lerarentekort in de gaten. Het is immers een arbeidsmarktkwestie die invloed heeft op de toekomstbestendigheid van de regionale economie. Als partner staan we klaar om scholen en opleidingen te faciliteren door bijvoorbeeld podium te bieden aan succesvolle initiatieven, verbindingen te leggen tussen mensen en ideeën zodat het wiel niet vaker opnieuw uitgevonden hoeft te worden en pilots mede mogelijk te maken.

    Aan tafel!

    Naar aanleiding van het actieplan Duurzaam Werken in het Onderwijs worden er mogelijk door het volgende kabinet zeven educatieve regio’s georganiseerd in Nederland. Deze regio’s zijn netwerken van scholen, lerarenopleidingen en andere betrokkenen. Samen gaan ze regionaal beleid maken om te zorgen voor genoeg leraren op de arbeidsmarkt en dit uitvoeren. Als provincie sluiten we tegen die tijd graag aan, omdat we ook op die manier bij kunnen dragen aan een toekomstbestendige regionale economie.

    Tot slot

    Deze grove schets van mijn ideale nabije toekomst is tevens voor mij een afsluiting van een leuke en uitdagende periode waar ik mij voor de provincie bezig heb gehouden met het lerarentekort. Op dit moment is het programma Onderwijs en Arbeidsmarkt een aanpak aan het uitvoeren die ik samen met hen heb ontwikkeld. Mijn opdracht is beëindigd, maar op de achtergrond zal ik nog betrokken blijven omdat het een onderwerp is dat ik heel belangrijk vind. Ik ben benieuwd wat jullie vinden van dit toekomstbeeld en kijk uit naar het effect van onze hulp!

    Dit is de laatste blog van een drieluik over het lerarentekort in Gelderland, en hoe we dat als provincie willen aanpakken, samen met onze partners. De andere blogs nog eens terug lezen?  Kijk hier voor deel 2 en hier voor deel 1.  

  • Blik naar de toekomst

    23-06-2021 312 keer bekeken 0 reacties
    Bericht Blik naar de toekomst bekijken
    • Auteur: Sarah Drenth, projectleider maatschappelijke vraagstukken provincie Gelderland
    • Leestijd: 5 minuten

    In Nederland, en ook in Gelderland, is in bepaalde sectoren een tekort aan werknemers. Om dit tekort op te vangen, worden soms arbeidsmigranten ingezet. Arbeidsmigratie is dus in de basis een arbeidsmarktvraagstuk. Maar wie zijn die arbeidsmigranten eigenlijk? Welke trends en ontwikkelingen zijn er? En welke dilemma’s brengt arbeidsmigratie met zich mee?

    Maandelijks schrijf ik een artikel om een doorkijkje te geven in het thema arbeidsmigranten. Bij het schrijven van deze artikelen baseer ik me op bestaande publicaties en onderzoeken over arbeidsmigranten. Vorige keer besprak ik de push- en pullfactoren die een rol spelen bij arbeidsmigratie. Het veranderen van de omvang, structuur en spreiding van de bevolking (demografische verandering) speelt een belangrijke rol.

    In dit artikel ga ik dan ook verder in op deze demografische veranderingen en blik ik vooruit naar de toekomst. Wat zijn de verwachtingen voor bevolkingsverandering in Nederland en wat gebeurt er in herkomstlanden van arbeidsmigranten? Het is wel belangrijk om hierbij op te merken dat de toekomst altijd onzeker is, dus dat dit slechts voorspellingen zijn. Daarnaast is nog onduidelijk wat de gevolgen zijn van COVID-19 voor arbeidsmigratie.

    1. Demografische ontwikkelingen in Nederland en Gelderland

    Zowel op landelijk niveau als op Gelders niveau zien we dat er een bevolkingsgroei verwacht wordt. Hierin spelen levensverwachting, aantal geboren kinderen en migratie een rol (CBS, 2019a; Companen, 2019). De voorspellingen van het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) en NIDI (Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut) laten zien dat het grootste gedeelte van de bevolkingsgroei in Nederland komt door migratie (NIDI en CBS, 2020).

    Voor Gelderland geldt dat naast migratie ook nog het positieve geboortesaldo bijdraagt aan de bevolkingsgroei. Een positief geboortesaldo betekent dat er meer kinderen worden geboren dan dat er mensen sterven. Op de lange termijn geldt echter dat het geboortesaldo negatief wordt. Ondanks dat wordt er nog steeds bevolkingsgroei verwacht, wat verklaard wordt door migratie (Companen, 2019).

    Migratiesaldo is het verschil tussen het aantal mensen dat het land inkomt (immigratie) en het aantal mensen dat het land verlaat (emigratie). In Nederland en Gelderland is dus een positief migratiesaldo (meer mensen immigreren dan emigreren). We zien de afgelopen jaren dat het migratiesaldo veel hoger is voor bepaalde groepen. Zo zien we dat het migratiesaldo veel hoger is voor mensen die afkomstig zijn uit typische arbeids- en studiemigratielanden, dan voor mensen die uit typische asielmigratielanden komen of uit zogenaamde klassieke migratielanden (NIDI en CBS, 2020).

    De klassieke migratielanden zijn Turkije, Marokko, Indonesië, Suriname en de (voormalige) Nederlandse Antillen. Asielmigratielanden zijn landen in het Midden-Oosten en Afrika (exclusief Marokko). Daarnaast zijn er nog arbeids-e en studiemigratielanden. Dit zijn Europese landen (exclusief Turkije), Oost-Aziatische landen (exclusief Indonesië), Noord- en Zuid-Amerikaanse landen (exclusief Suriname en de Nederlandse Antillen) en Oceanië (NIDI en CBS, 2020).

    Het CBS verwacht dat ook in 2050 het grootste deel van de migranten uit landen komt die arbeids- en studiemigratielanden (zie figuur 7). De voorspelling is dat voor 65% van de migranten geldt dat zij uit landen komen die arbeids-en studiemigratie typeren. Voor 21% van de mensen geldt dat zij uit landen komen waar typisch asielmigranten vandaan komen en dat voor 14% geldt dat zij uit de klassieke migratielanden komen (NIDI en CBS, 2020).

    Figuur 1. Samenstelling migratiesaldo 2019-2049 (NIDI en CBS, 2020, p.26)

    Relatie migratie en beroepsbevolking
    De potentiële beroepsbevolking zijn alle mensen die, gekeken naar hun leeftijd, in aanmerking komen om te werken. Het aandeel van de deze potentiële beroepsbevolking is volgens de voorspellingen in 2050 lager dan in 2020, zelfs als er een hoge mate van migratie is. Dit betekent dat het groeivermogen van de economie afremt bij gelijkblijvende arbeidsdeelname (NIDI en CBS, 2020, p. 52).

    De bevolkingsprognose van CBS en NIDI laat zien dat het aandeel 20- tot 65-jarigen met een Nederlandse achtergrond fors zal dalen richting 2050. Als er geen hoge mate van migratie is, dan zal er dus een forse afname zijn van de potentiële beroepsbevolking (aandeel 20- tot 65-jarigen). Bij een hoog migratiesaldo zal het totale aandeel 20- tot 65-jarigen slechts licht krimpen (NIDI en CBS, 2020).

    Onzekerheid migratiestromen
    De onzekerheden die horen bij toekomstverkenningen voor de lange termijn zijn nu extra groot vanwege de coronacrisis. Op de korte termijn heeft de crisis economische gevolgen (werkloosheid), gevolgen voor de levensverwachting, gevolgen voor kindertal (in onzekere tijden worden er minder kinderen geboren) en gevolgen voor migratie (er is minder migratie door de crisis). Het zou kunnen dat die gevolgen op lange termijn weer gecompenseerd worden. Zo kan het zijn dat uitgestelde migratie alsnog plaats vindt, emigratie minder voorkomt en ouders er voorkiezen om alsnog hun kinderwens te vervullen. Aan de andere kant bestaat ook de mogelijkheid dat de coronacrisis nog op lange termijn effect heeft. Dit speelt bijvoorbeeld als uitgestelde kinderwensen uiteindelijk niet meer worden vervuld, of als er door een economische crisis minder vraag is naar arbeidsmigranten. Kortom, de coronacrisis brengt veel onzekerheden over de toekomst van de Nederlandse bevolking met zich mee (NIDI en CBS, 2020).

    Het blijkt dat vooral migratie(saldo) lastig te voorspellen is en dat dit een flinke impact kan hebben op de bevolkingsgroei. De onzekerheid over migratie komt door verschillende factoren. Zo speelt economische groei een rol; het is nog onduidelijk hoe snel de economie zal herstellen na de coronacrisis. Daarnaast speelt de vraag of de globalisering zich zal voortzetten, of dat de coronacrisis mogelijk tot deglobalisering zal leiden. Een derde factor is of de EU zal versterken of verzwakken. En een vierde factor is of er meer mensen naar Nederland komen vanwege conflicten in het land van herkomst of vanwege klimaatverandering (NIDI en CBS, 2020).

    Zo zal de bevolkingsomvang van Afrikaanse landen zeer sterk groeien, maar is nog onzeker in hoeverre dit tot een toenemende migratiestroom naar Nederland gaat leiden. Daarentegen zal de bevolkingsomvang van Oost-Europese sterk dalen en ook vergrijst die bevolking. Dit levert ook weer onzekerheid op tot of er een afname van het aantal arbeidsmigranten vanuit die landen komt. Door klimaatverandering kan er droogte ontstaan of juist overstromingen, wat beide invloed heeft op de leefbaarheid. Dit kan leiden tot migratiestromen uit die gebieden, maar het is onzeker of die stromen dan ook naar Nederland leiden (NIDI en CBS, 2020).

    Waar in Gelderland?
    De verwachting is dat het aantal arbeidsmigranten in Gelderland gaat toenemen, waarbij de kans bestaat dat het aantal arbeidsmigranten verdubbelt. Op basis van drie verschillende trendscenario’s (basis, laag en hoog) heeft Decisio in beeld de verwachtingen tot 2030 in beeld gebracht, zie figuur 8 (Decisio, 2019).

    Figuur 8. Prognose aantal migranten in Gelderland (Decisio, 2019, p. 11).

    Arbeidsmigranten werken vooral in regio Foodvalley (met name Nijkerk), Stedendriehoek (Clean-Tech) (met name Apeldoorn) en Rivierenland (met name Zaltbommel). Maar qua woonlocatie is het aandeel arbeidsmigranten het hoogst in Nijmegen, Arnhem en de Stedendriehoek (Clean-Tech) (Companen, 2020). Overigens is woonlocatie alleen bekend van immigranten die zich hebben ingeschreven bij de gemeente, dus dit beeld kan vertekend zijn.

    Dit betekent dus ook dat als de instroom van arbeidsmigranten hoger is dan verwacht, juist daar extra druk op de woningmarkt komt. Voor seizoensmigranten (korter dan 4 maanden) is onduidelijk met hoeveel en waar zij precies verblijven (Companen, 2020).

    1. Maar ook ontwikkelingen in landen van herkomst

    Er wordt vaak (onterecht) aangenomen dat er een onbeperkt aanbod is van arbeidsmigranten. Maar ook in andere landen is een demografische verandering aan de gang, waarbij steeds meer sprake is van vergrijzing. Dat heeft tot gevolg dat er ook meer vraag komt op de arbeidsmarkt in het land van herkomst. Daarmee wordt het aanbod van buitenlands talent ook steeds schaarser voor Nederland. Daarnaast geldt dat er ook meer competitie komt op de arbeidsmarkt van andere landen die kampen met een arbeidsschaarste (Castles, 2013).

    Zo heeft Oost-Europa de afgelopen jaren een economische groeispurt doorgemaakt. Als gevolg van een krimpende beroepsbevolking ontstaat ook daardoor een arbeidstekort. Met die ontwikkeling gaat ook een loonstijging gepaard. Deze economische groei in Oost-Europa draagt er dan ook aan bij dat steeds minder Oost-Europeanen de afweging maken om werk in West-Europa te zoeken en het motiveert ze ook eerder om terug te keren naar land van herkomst (Neuteboom, Buijs, Menkveld, Swart, & Zandvliet, 2019).

    Mede daardoor zien we ook een trend ontstaan waarbij steeds meer arbeidsmigranten vanuit Zuid-Azië naar Europa komen. FNV en FNV Mondiaal hebben opdracht gegeven tot een onderzoek naar deze zogenoemde ‘derdelanders’ (Mendoza, Florczak, & Nepal, 2020). Het rapport beschrijft hoe er een beperkte toename is van het aantal Zuid-Aziatische arbeidsmigranten in de EU. Zij komen met 

    name binnen via de grensgebieden van de EU, zoals Polen, Tsjechië, Malta, Portugal, Spanje, Cyprus en Italië. Waar deze landen een aantal jaar geleden met name veel emigratie hadden door arbeidsmigratie, ontvangen ze nu dus zelf ook steeds meer arbeidsmigranten.

    Hoewel dit nog een voorzichtige trend is, laat het rapport zien dat er toch een groei van arbeidsmigranten is vanuit Nepal, Pakistan, Bangladesh en Sri Lanka. De arbeidsmigranten hebben de intentie om zich te vestigen in Europa en als ze in Polen geen werk meer hebben, trekken ze ook verder de EU in. Ook wordt in het rapport beschreven dat deze groepen sterk afhankelijk zijn van bemiddelaars of recruiters, en er worden diverse kwetsbaarheden beschreven. Zo maken migranten vaak grote kosten, komen ze in situaties van onderbetaling en zwakke contracten terecht of worden ze zelfs niet betaald omdat er geen werk is (Mendoza, Florczak, & Nepal, 2020).

    1. Kortom

    Op basis van de bevolkingsprognoses is de verwachting dat de potentiële beroepsbevolking in Nederland zal afnemen. Als er een hoge mate van migratie is, zal dat slechts een kleine daling zijn. Maar er zullen waarschijnlijk ook verschuivingen zijn in de landen van herkomst, omdat ook de MOE-landen (Midden- en Oost-Europese landen) te maken hebben met vergrijzing en economische groei. De verwachting is dat de vraag naar arbeidsmigranten in Europa zal toenemen en er dus ook meer aanbod zal komen vanuit niet-Europese landen, zoals bijvoorbeeld Nepal en Pakistan.

    Een belangrijke noot blijft wel dat bij toekomstverkenningen sowieso onzekerheden horen. Ook migratiestromen laten zich lastig voorspellen. Deze onzekerheden worden versterkt door COVID-19. Het is nog onduidelijk hoe deze pandemie effect gaat hebben op de bevolkingsontwikkeling in het algemeen en op migratiestromen in het bijzonder.

    Bibliografie

    Castles, S. (2013). The forces driving global migration. Journal of Intercultural Studies, 122-140.

    CBS. (2019a, december 17). Prognose: 19 miljoen inwoners in 2039. Opgehaald van CBS: https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2019/51/prognose-19-miljoen-inwoners-in-2039

    Companen. (2019). Bevolkings- en huishoudensprognose Gelderland 2019. Opgehaald van https://actieplanwonen.gelderland.nl/toolkit/1666097.aspx?t=Bevolkingsprognose

    Decisio. (2019). Memo cijfers arbeidsmigranten provincie Gelderland. Opgehaald van https://actieplanwonen.gelderland.nl/toolkit/1666104.aspx?t=Cijfers-arbeidsmigranten-provincie-Gelderland

    Mendoza, D. R., Florczak, I., & Nepal, R. (2020). Shifting labor frontiers: the recruitment of South Asian migrant workers to the European Union. Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, Equidem Research Nepal, University of Lodz, FNV en Mondiaal FNV. FNV en Mondiaal FNV. Opgehaald van https://www.fnv.nl/getmedia/1c4294c1-eb04-48ce-8bb4-8bef95846804/Report-Shifting-Labor-Frontiers-DEF.pdf

    Neuteboom, N., Buijs, M., Menkveld, N., Swart, A. J., & Zandvliet, R. (2019). Special Arbeidsmigratie: oost-west, thuis best. Economisch Bureau en Sector Research. ABN-AMRO. Opgehaald van https://insights.abnamro.nl/2019/06/special-arbeidsmigratie-oost-west-thuis-best/

    NIDI en CBS. (2020). Bevolking 2050 in beeld: drukker, diverser en dubbelgrijs. Deelrapport Verkenning Bevolking 2050. Opgehaald van https://publ.nidi.nl/output/2020/nidi-cbs-2020-bevolking-2050-in-beeld.pdf

     

     

     

     

  • Arbeidsmigranten: waarom ze hier zijn en Gelderland ze nodig heeft

    28-05-2021 673 keer bekeken 0 reacties
    Auteur van dit artikel Sarah Drenth

    Auteur: Sarah Drenth

    Leestijd: 10 minuten

    In bepaalde sectoren is een tekort aan werknemers. Om dit tekort op te vangen worden soms arbeidsmigranten ingezet. Arbeidsmigratie is dus in de basis een arbeidsmarktvraagstuk. Maar wie zijn die arbeidsmigranten eigenlijk? Welke trends en ontwikkelingen zijn er? En welke dilemma’s brengt arbeidsmigratie met zich mee?

    De komende tijd schrijf ik maandelijks een artikel om een doorkijkje te geven in het thema arbeidsmigranten. Bij het schrijven van deze artikelen baseer ik me op bestaande publicaties en onderzoeken over arbeidsmigranten. In het eerste artikel besprak ik de definitie van arbeidsmigrant en bracht ik de regels rondom werken, wonen en zorg in beeld. Ook gaf ik een doorkijkje in de situatie in Gelderland, met verdere regionale verdieping. In dit tweede artikel bespreek ik verschillende push- en pullfactoren die een rol spelen bij arbeidsmigratie.

    Demografische ontwikkeling en globalisering

    In Nederland (en ook in Gelderland) is al langere tijd sprake van een demografische verandering. Dit betekent dat de omvang, de structuur en de spreiding van de bevolking verandert. Momenteel is er een hoge mate van vergrijzing, omdat mensen ouder worden en er minder kinderen bijkomen. Hierdoor neemt de beschikbare beroepsbevolking af. Deze trend speelt in heel Europa. De Europese Commissie gaf dan ook aan dat arbeidsmigranten een positieve bijdrage konden leveren om de effecten van deze demografische ontwikkeling tegen te gaan (CEC, 2005). Een belangrijk onderdeel van de demografische verandering is dat er niet alleen relatief minder jonge mensen bijkomen, maar ook dat zij vaak hoger opgeleid zijn. Het laaggeschoolde werk blijft daardoor steeds meer liggen.  Hoewel technologische innovatie kan bijdragen aan minder vraag naar laaggeschoolde arbeid in bijvoorbeeld de landbouw- of productiesector, zorgt de krimp van de beroepsbevolking in andere sectoren juist voor meer vraag, bijvoorbeeld in huishoudelijke taken of in de zorg (Castles, 2013).

    In armere landen of in landen waar deze demografische ontwikkeling nog niet zo sterk is ingezet, zien we juist het omgekeerde. Er is minder vraag naar arbeid, maar wel een grote beschikbare beroepsbevolking (Castles, 2013). Door globalisering wordt er steeds meer internationale handel gedreven tussen landen wereldwijd, maar is het ook steeds makkelijker om voor werk te verhuizen naar een ander land.

    Europese Unie

    Er zijn wereldwijd verschillende instituten ontstaan door globalisering, zoals het Internationaal Monetair Fonds (IMF), de Wereld Bank en de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Maar er zijn nog geen instituten op globaal niveau die zich bezighouden met het goed regelen van internationale migratie, het beschermen van de mensenrechten van migranten en het vergroten van de ontwikkelingsvoordelen. Dit komt doordat emigratielanden vooral bezig zijn met het verminderen van arbeidsoverschotten en het vergroten van remittances (geld dat migranten naar huis sturen), terwijl immigratielanden terughoudend zijn om stappen te zetten die mogelijk arbeidskosten verhogen.

    De Europese Unie heeft daarin wel een rol opgepakt voor de aangesloten lidstaten, door vrijheid van verkeer toe te staan voor de burgers. Door de open Europese grenzen is internationale arbeidsmobiliteit binnen de EU een feit. In 2004 trad Polen samen met Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië toe tot de Europese Unie. In 2007 traden ook Bulgarije en Roemenië toe.

    Economische ongelijkheid

    Door groeiende economische ongelijkheid zie je de trend dat mensen uit armere landen, waar vaak niet voldoende werkgelegenheid is, ook over de grenzen gaan kijken. Globalisering en het makkelijker maken van arbeidsmobiliteit dragen daaraan bij (Castles, 2013).

    In de grafiek hieronder kun je zien dat het minimumloon in de EU-lidstaten Polen, Bulgarije en Roemenië veel lager ligt dan het Nederlandse minimumloon. Ook was de werkloosheid in de drie landen relatief hoog. Deze omstandigheden maakten het voor deze groepen Oost-Europeanen aantrekkelijk om gebruik te maken van de open grenzen en in andere landen te werken (Strockmeijer, 2020).

    Door de relatief ongunstige arbeidsomstandigheden in het eigen land (lage lonen, hoge werkloosheid) werden mensen gemotiveerd om ook buiten de landsgrenzen te kijken. In Nederland zijn de arbeidsomstandigheden gunstiger en het is relatief makkelijk te bereizen. Dat maakt het extra aantrekkelijk om voor korte tijd tegen gunstigere voorwaarden in Nederland te werken, om vervolgens in eigen land te wonen, waar het levensonderhoud goedkoper is (Strockmeijer, 2020).

    Grafiek met minimumlonen van EU-landen uit peiljaar 2010 en 2020
    Figuur 1. Minimumlonen in EU-landen op januari 2020 en januari 2021 en de gemiddelde jaarlijkse procentuele verandering tussen 2010 en 2020 per lidstaat (Eurostat Statistics Explained, 2020).

     

    Vraag naar arbeid

    In rijkere landen is er dus meer vraag naar arbeid en zijn er minder mensen die bereid zijn laaggeschoold werk te doen, en in arme landen zien we juist het omgekeerde. Een manier om hiermee om te gaan is de ‘off-shoring’ of het ‘outsourcen’ van bedrijven. Hiermee worden de werkzaamheden (gedeeltelijk) verplaatst naar een ander land of naar een bedrijf in een ander land, waar bijvoorbeeld meer mensen beschikbaar zijn om het werk te doen (Castles, 2013).

    Dit gebeurt sinds de jaren ’70, waarbij met name de productiesector zich verplaatst naar nieuwe industriële economieën. Echter wordt er ook gezien dat voor andere sectoren, zoals landbouw, het niet altijd haalbaar of wenselijk is om deze te verplaatsen naar andere landen. Dan wordt met name gekeken naar het outsourcen van de back-office, zoals bijvoorbeeld call centers en dergelijke (Castles, 2013).

    Het verplaatsen van (gedeeltelijke) productieprocessen heeft ook gevolgen voor de regionale bedrijvigheid en economie. Een oplossing om dit te voorkomen in het inzetten van arbeidsmigranten. Arbeidsmigranten zijn namelijk eerder bereid om het laaggeschoolde werk te doen waar Nederlandse werknemers moeilijk voor geworven worden. Bedrijven met arbeidsmigranten in dienst geven aan dat als zij geen arbeidsmigranten meer kunnen inzetten, zij hun productieproces moeten aanpassen, inperken of verplaatsen. Dit komt omdat Nederlandse werknemers steeds in mindere mate bereid zijn om laaggeschoold werk te doen voor hetzelfde salaris als arbeidsmigranten. Dit zou betekenen dat bedrijven niet meer op de internationale markt kunnen concurreren, en dus zullen zij hun productieproces (gedeeltelijk) verplaatsen met de bijbehorende gevolgen voor de regionale economie (SEO Economisch Onderzoek, 2018).

    Daarnaast is er in de afgelopen decennia het inzicht gekomen dat niet al het laaggeschoolde  werk geëxporteerd kan worden. Denk bijvoorbeeld aan de bouwsector, de horeca en ziekenhuizen. Die moeten daar zijn waar de gebruikers wonen. Gezien de terugnemende beschikbare beroepsbevolking in de rijkere landen, ontstaat er dus ook in die sectoren een grotere vraag naar arbeid (Castles, 2013).

    Belangrijk hierbij is dat immigranten niet alleen banen vervullen, maar ook vaardigheden met zich meebrengen. We zien dat de arbeidsmigranten steeds hoger opgeleid zijn en dat ze vaak ook betere kwalificaties hebben dan lokale werknemers (Castles, 2013).

    Migratie-industrie

    Naast bovengenoemde push- en pullfactoren voor arbeidsmigratie, spelen er ook andere factoren een rol. Factoren die invloed hebben op hoe makkelijk, of moeilijk, het is om te migreren. Het faciliteren van migratie is een grote (en voornamelijk legale) industrie. Maar er zijn natuurlijk ook bemiddelaars die werknemers misleiden en uitbuiten. Het onderscheid is vaak lastig te maken.

    Deze industrie bestaat uit mensen die hun inkomen verdienen door migratie te faciliteren. Dit blijven ze naar alle waarschijnlijkheid doen, ook als overheidsbeleid verandert. En hoewel de vorm van migratie kan veranderen (bijvoorbeeld van legale werknemer naar ongedocumenteerden), zullen migratiestromen blijven bestaan. Overheden zijn vaak meer gefocust op nationale grenzen en de toegang van migranten tot het land, terwijl de arbeidsmarkten waar migranten zich op bewegen vaak landsgrenzen overstijgen (Castles, 2013).

    Doordat arbeidsmigranten uit Oost-Europa veelal via uitzendbureaus werken, worden zij in een afhankelijkheidspositie geplaatst. Hiermee lopen ze risico om in minder aantrekkelijke banen terecht te komen, met weinig mogelijkheden op arbeidsmobiliteit en kleine inkomensstijgingen. Waar andere niet-Westerse migrantengroepen met een langer werkverleden vaker een dienstverband en een hoger loon krijgen, lijkt dit niet op te gaan voor Oost-Europese migranten. Zij blijven vaak in tijdelijke dienstverbanden, tegen een laag loon en met onzekere arbeidsomstandigheden. Een mogelijke verklaring ligt erin dat de arbeidsmigrant zelf weinig onderhandelingsruimte heeft, onder andere doordat uitzendbureaus nieuwe arbeidsmigranten kunnen werven die het werk willen en kunnen overnemen (Strockmeijer, 2020).

    Technologie en sociale dynamiek

    Naast de migratie-industrie zijn er ook andere factoren die arbeidsmigratie kunnen faciliteren. Zo zijn er allerlei technologische ontwikkelingen die mobiliteit stimuleren. Denk bijvoorbeeld aan de ontwikkelingen rondom elektronische communicatie (social media) en het gemak waarmee mensen kunnen reizen over de hele wereld. Hierdoor is het voor migranten enerzijds makkelijker om contact te houden met hun netwerk in land van herkomst, maar anderzijds ook makkelijker om sociaal kapitaal op te bouwen in het land waar zij op dit moment wonen en werken. Ze bouwen makkelijker een netwerk op, waarbij ze informatie kunnen krijgen over werk, accommodatie en regelgeving. Daarnaast helpt het ook bij het opbouwen van internationale gemeenschappen (Castles, 2013).

    Verder speelt ook sociale dynamiek een rol. Migratie is niet alleen een proces waarbij migranten een afweging maken tussen kosten en baten. Het is ook een sociaal proces waarbij ze proberen een betere situatie te creëren voor zichzelf, hun families en hun gemeenschappen. Dit proces wordt beïnvloed door de omgeving die migranten tegenkomen. Zo speelt het kapitaal (financieel en cultureel) van de familie een rol bij migratie. De motieven van migranten kunnen ook veranderen. Ze kunnen op plek van bestemming weer nieuwe mogelijkheden ontdekken, waardoor ze misschien ineens langer willen blijven, of juist eerder terug willen. Deze veranderende motieven kunnen bijvoorbeeld ook familie-migratie tot gevolg hebben (Castles, 2013).

    Hoe bewegen ze zich?

    De verwachting was dat de open grenzen in Europa voor een nieuwe vorm van migratie zouden zorgen, ook wel de “New European Migration”. Dit zou zogenaamde 'circulaire migratie' zijn, waarbij migranten steeds voor korte periodes naar Nederland zouden komen en hier werken. Onderzoek laat echter zien dat maar een klein deel van de MOE-landers daadwerkelijk op deze manier migreert (Strockmeijer & Dagevos, 2019).

    Voor de meeste Oost-Europese arbeidsmigranten geldt dat zij het gehele jaar of een reeks aaneengesloten maanden hier werken. Ook blijkt dat een derde van de arbeidsmigranten langer in Nederland verblijft. Zij zijn het grootste gedeelte van het jaar in Nederland werkzaam en doen dat ook in de daarop volgende jaren (Strockmeijer, 2020).

    Hierin zien we twee groepen. Bij de eerste groep gaat het om migranten die de intentie hebben om langer in Nederland te verblijven en die zich hebben ingeschreven in het bevolkingsregister. Deze groep (vestigingsmigranten) bestaat relatief vaak uit vrouwen en migranten met een wat hoger uurloon. De andere groep bestaat uit migranten die zich niet inschrijven in het bevolkingsregister, maar toch een aantal jaren achtereenvolgend meer dan 6 maanden in Nederland werken en vaak ouder zijn (Strockmeijer, 2020).

    Er zijn ook (Oost-Europese) arbeidsmigranten die een circulair migratiepatroon volgen, maar dat is een zeer kleine groep. Dus de nieuwe Europese vormen van migratie laten juist niet het beeld zien van circulaire migratie. We zien eerder het beeld van migratie voor een langere periode, of zelfs van vestigingsmigratie (arbeidsmigranten migreren voor onbepaalde tijd naar Nederland). Een mogelijke verklaring hiervoor zou kunnen zijn dat de kosten van migratie hoger zijn dan de arbeidsmigranten verwachten. Hoewel zij mogelijk initieel wel de gedachte hebben om regelmatig voor kortere perioden naar Nederland te komen, besluiten zij dan toch langer in het bestemmingsland te blijven en daarmee de kosten van het heen en weer reizen te vermijden (Strockmeijer, 2020).

    Bronnen

    Castles, S. (2013). The forces driving global migration. Journal of Intercultural Studies, 122-140.

    CEC. (2005). Communication from the commission: policy plan on legal migration. Brussel: Commission of the European Communities.

    Eurostat Statistics Explained. (2020, juni 5). Eurostat Statistics Explained. Opgeroepen op november 27, 2020, van https://ec.europa.eu/eurostat/statistics-explained/index.php?title=Minimum_wage_statistics/nl

    SEO Economisch Onderzoek. (2018). De economische waarde van arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa voor Nederland. ABU. Opgehaald van https://www.abu.nl/app/uploads/2019/03/SEO-Onderzoek_-De-economische-waarde-van-arbeidsmigranten-uit-Midden-en-Oost-Europa-voor-Nederland.pdf

    Strockmeijer, A. W. (2020). De arbeidsmarktpositie verklaart: werk en uitkeringsgebruik van Oost-Europese arbeidsmigranten in Nederland. Opgehaald van https://www.uwv.nl/overuwv/Images/de-arbeidsmarktpositie-verklaart.pdf

    Strockmeijer, A., & Dagevos, J. (2019). Should I stay or should I go? What we can learn from working patterns of Central and Eastern European labour migrants about the nature of present-day migration. Journal of Ethnic and Migration Studies, 2430-2446. doi:10.1080/1369183X.2018.1562326

  • Inclusie in de bouw: open blik biedt kansen

    29-04-2021 913 keer bekeken 0 reacties
    Mulamfu Siamweene

    Op de foto: Mulamfu Siamweene

    Nieuwe medewerkers zijn essentieel om een organisatie succesvol te houden of te laten groeien. Onder andere in de bouw kan dat een behoorlijke uitdaging zijn. Het hoeven niet per se mensen met al de juiste kennis of ervaring te zijn, weet Bouwmensen Apeldoorn. Dit bedrijf leidt mensen op in de bouw. Jongeren die net van school komen, maar ook zij-instromers en mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt zoals statushouders. Zij komen terecht bij bouwbedrijven als Nikkels, waar inclusie een toegevoegde waarde blijkt.

    Leestijd: 5 minuten

    Bouwmensen Apeldoorn plaatst leerlingen bij een aannemer en leidt hen met die aannemer op. Doel: een vast contract bij dat bouwbedrijf. Praktijkcoördinator Berry Schut heeft vooral contact met ‘inclusieleerlingen’: leerlingen die niet vers van de middelbare school komen. Zoals anderstaligen, mensen die een praktijkopleiding volgden of eerst ander werk deden (zij-instromers). Bouwmensen Apeldoorn biedt een standaardopleiding, maar op allerlei manieren wordt rekening gehouden met de doelgroep en de wensen en behoeften van leerlingen. “Ze kunnen kiezen welke kant ze op willen. Jongeren die net van school komen, laten we rustig opbouwen tot ze 4 dagen werken en 1 dag les volgen. Dan zijn er leerloopbaanpaden, waarin mensen een deelcertificaat kunnen halen. Zo krijgen ze een kans op de arbeidsmarkt. Sommigen willen daarna alsnog naar school. Het gaat om maatwerk, ook met de aannemer. Samen kijken we wat die nodig heeft en daar zoeken we geschikte leerlingen bij.”

    Investering betaalt zich terug

    Zo’n aannemer is Nikkels uit Twello. Hoofduitvoerder Martin Kerssen: “Als je graag wilt leren, zijn er bij Nikkels mogelijkheden om dat te doen en zo te groeien.” Dat weet hij uit eigen ervaring. Hij was leerling bij Bouwmensen, kreeg na zijn opleiding een vast contract bij Nikkels en ging aan de slag als timmerman. Hij deed steeds meer ervaring op en klom van leermeester op naar voorman, assistent uitvoerder en uiteindelijk zijn huidige functie.

    “Als je graag wilt leren, zijn er bij Nikkels mogelijkheden om dat te doen en zo te groeien.”

    Nikkels leidt samen met Bouwmensen Apeldoorn de leerlingen op. Die gaan dan aan de slag onder een van de leermeesters. “Ik weet niet anders dan dat we altijd veel leerlingen hebben. Momenteel hebben we er 16. Tijdens de opleiding van 4 jaar leren we hen hoe wij het graag willen. Het overgrote deel komt daarna bij ons in dienst, dus betaalt die investering zich terug.”

    Goede match

    Over inclusie is Kerssen nuchter: “Een leerling is een leerling. We willen iedereen een kans gunnen.” Die manier van kijken helpt Nikkels, ziet Schut. “Ze vinden meer leerlingen en binden die aan het bedrijf. Wij kunnen goed uitleggen welke achtergrond een leerling heeft. Nikkels is duidelijk in wat mensen moeten kunnen om in dienst te komen.” Door dat goede contact ontstaan goede matches en is maatwerk mogelijk; dan zijn de eisen juist niet zo zwart-wit. Uiteindelijk is het resultaat belangrijker.

    Vertrouwen geven

    Schut: “Niet elke aannemer kijkt zo. Misschien omdat het onbekend is. Je moet het ook wel voorzichtig doen, en laten landen in een team. Daarom praat Martin eerst altijd met een uitvoerder, om te kijken of iemand binnen het team past.”
    Kerssen: “Berry of een collega komt ook altijd met de leerling kijken voor die begint. Dan ontmoeten ze ook de leermeester. Dat geeft vertrouwen. Dat geldt trouwens voor alle leerlingen: een 16-jarige heeft vaak een grote mond, maar vindt het wel spannend.”
    Schut: “En een volwassene heeft misschien al vaak gesolliciteerd, maar komt ook op een hele nieuwe plek. Het is ook belangrijk dat een leermeester iemands achtergrond kent. Dan gaat het niet onbedoeld wrijven. Ontstaat er toch verwarring, spreken wij met een leerling. We moeten er bijvoorbeeld op letten dat ook een leerling die het Nederlands nog niet goed beheerst, weet waar hij aan begint. Een zij-instromer gaat 6 maanden voor 40 uur per week aan de slag. Maakt hij die uren niet, wordt het traject verlengd en komt hij dus later in dienst. Dat heeft financiële gevolgen. Deelnemers moeten dit weten, want anders ontstaat verwarring in de groep: waarom krijgt de een al wel betaald en de ander niet?” 

    Door schade en schande wijs

    In het werk zelf merkt Schut die verschillen veel minder. “Als iemand iets niet snapt, teken ik het soms even uit.”
    Kerssen beaamt dat. “Iedereen staat er open voor. Onze leermeesters zijn allemaal leerling geweest, en werden door schade en schande wijs.

    “Als iemand iets niet snapt, teken ik het soms even uit.”

    Blijf met elkaar in gesprek, dat is het belangrijkste. Een keer per jaar hebben we met Berry en alle leermeesters overleg over hoe het met de leerlingen gaat. Als het even niet wil, helpt het vaak al om een leerling aan een andere leermeester te koppelen en gaat het weer hartstikke goed. Soms matcht het gewoon niet. Je moet het bespreekbaar maken.”

    Hazes is de basis

    Mulamfu Siamweene (37) kwam 4 jaar geleden vanuit Zambia naar Nederland. “Ik moest mijn schoonvader helpen met de vloer, maar dat lukte niet. Ik vond het erg jammer dat we iemand moesten inhuren en wilde leren het zelf te doen. Toen ontdekte ik dat ik metselen nog veel leuker vind.” De eerste dag bij Nikkels was spannend, maar hij voelde zich erg welkom en weet hoe hij aan kennis moet komen. “Als je als leerling iets niet snapt, moet je het gewoon vragen.”
    Schut vult aan: “Niet afwachten, dat zorgt voor frustratie. Je moet weten wat je van elkaar kunt verwachten.”
    Vooral de taal is een uitdaging.

    “Als je als leerling iets niet snapt, moet je het gewoon vragen.”

    Siamweene: “Ik moet lezen en schrijven om dingen te begrijpen. Vooral dialecten maken het lastig. Als ik een woord niet begrijp, helpt het om een voorbeeld te geven.”
    Schut: “Zijn leermeester zei: ‘Hazes is de basis’. Door muziek te luisteren ging het snel. En omdat hij zijn werk goed doet, vindt niemand het erg iets meer tijd te besteden aan uitleg.”

    Haakse slijper of sliepertie

    Taal is vaker een drempel. Een docent Nederlands van Bouwmensen Apeldoorn schreef het boek ‘Taal voor de bouw’. Schut: “Nuttig voor anderstaligen, maar ook voor mensen van een praktijkopleiding, laaggeletterden enzovoort. Over alle termen in de bouw. Dat een haakse slijper elders een sliepertie heet. Door zulke taalkennis kunnen ze makkelijker hun draai vinden.”

    “Ja zeker, ik ga het halen.”

    Siamweene volgde extra taallessen, ook in de vakantie. Zijn doorzettingsvermogen werpt vruchten af. Schut: “Nikkels wil altijd leerlingen die minimaal mbo niveau 3 hebben gehaald. Maar hem willen ze niet kwijt, dus hij komt met niveau 2 op zak al in dienst. Nationaliteit, afkomst, geaardheid, uiterlijk: er moet wederzijds respect zijn. En dat is er. Daarom is hij zo ver gekomen.” Over een paar weken zit zijn opleiding erop. En twijfelen doet hij niet: “Ja zeker, ik ga het halen.”

    Meepraten?

    Heb je vragen of opmerkingen? Registreer je op het platform en plaats een reactie onder dit bericht.

    Provincie Gelderland zet zich in voor een inclusieve arbeidsmarkt waarin elk talent mee kan doen. Met deze interviewreeks laten we zien wat een inclusieve talentbenadering een bedrijf en de maatschappij kan brengen.

  • Arbeidsmigranten, wie zijn dat eigenlijk?

    22-04-2021 1009 keer bekeken 0 reacties
    Bericht Arbeidsmigranten, wie zijn dat eigenlijk? bekijken
    • Auteur: Sarah Drenth, projectleider maatschappelijke vraagstukken provincie Gelderland
    • Leestijd: 5 minuten

    In Nederland, en ook in Gelderland, is in bepaalde sectoren een tekort aan werknemers. Om dit tekort op te vangen, worden soms arbeidsmigranten ingezet. Arbeidsmigratie is dus in de basis een arbeidsmarktvraagstuk. Maar wie zijn die arbeidsmigranten eigenlijk? Welke trends en ontwikkelingen zijn er? En welke dilemma’s brengt arbeidsmigratie met zich mee?

    De komende maanden schrijf ik maandelijks een artikel om een doorkijkje te geven in het thema arbeidsmigranten. In dit eerste artikel zoom ik in op de definitie van arbeidsmigrant en de regels rondom werken, wonen en zorg. Ook breng ik de situatie in Gelderland in beeld, met nog verdere regionale verdieping.

    Wat betekent 'arbeidsmigrant'?

    In de meest brede definitie is een arbeidsmigrant een persoon die naar een ander land migreert met het doel om daar te gaan werken. Maar er wordt vaak nog onderscheid gemaakt binnen deze groep.

    Twee belangrijke onderscheiden hierin zijn:

    1. Kenniswerker (of kennismigrant) tegenover overige arbeidsmigranten
    2. EU-migrant of niet-EU-migrant*
      • De SER** (SER,2014) bespreekt hierbij dat voor migranten uit de EU eigenlijk de term 'grensoverschrijdende arbeidsmobiliteit' van toepassing is, vanwege het vrij verkeer van werknemers en detachering in het kader van vrij verkeer van diensten. Voor migranten buiten de EU gelden andere regels, zij moeten namelijk een verblijfsvergunning aanvragen om hier te mogen wonen en werken.
      • De SER** (SER, 2014) maakt dit onderscheid vanwege het verschil in regelgeving, maar ook omdat arbeidsmigranten binnen de EU zich vaak slechts tijdelijk vestigen in het land waar zij gaan werken, voor zij terugkeren.
    * Voor het gemak hanteren we hier het onderscheid ‘uit de EU’ en ‘van buiten de EU’. Echter geldt dat alle mensen die
    afkomstig zijn uit de gehele EER (Europese economische Ruimte) en uit Zwitserland geen werkvergunning nodig hebben om in Nederland te werken. Er wordt dus met arbeidsmigranten uit de EU gerefereerd aan alle arbeidsmigranten die geen werkvergunning nodig hebben (uit EER en Zwitserland).

    ** Sociaal-Economische Raad 

    Er bestaat geen eenduidige definitie voor arbeidsmigrant. Dit geldt in dagelijks spraakgebruik, maar ook bij het vaststellen van rechten, opstellen van statistieken, de analyse van mobiliteit en grensoverschrijdende arbeidsrekrutering en in studies en onderzoek. Er zijn verschillende definities die gebruikt worden, wat tot gevolg heeft dat er onduidelijkheid blijft bestaan over de omvang van het migrantenvraagstuk, maar ook wat dit betekent voor de Nederlandse arbeidsmarkt en de te verwachten ontwikkelingen. (Cremers, 2017). 

    Om de trends en ontwikkelingen rondom arbeidsmigranten goed te kunnen interpreteren, is het van belang om te weten dat er geen eenduidige definitie gehanteerd wordt door de verschillende instituties, en dat het dus lastig is om specifiek voor deze groep trends en ontwikkelingen in kaart te brengen. In dit artikel ligt de focus op arbeidsmigranten die geen kenniswerker zijn, met in het bijzonder aandacht voor EU-arbeidsmigranten.

    Wat zijn regels voor arbeidsmigranten?

    Werkvergunningen
    Werknemers uit de EU hebben geen werkvergunning nodig om in Nederland te mogen werken (Rijksoverheid, z.d.-a). Ook hoeven zij zich niet te melden bij de Immigratie-en Naturalisatiedienst (IND). Wel hebben ze een geldig identiteitsbewijs nodig dat is afgegeven door een EU/EER-lidstaat of Zwitserland.

    In Nederland wonen
    Arbeidsmigranten moeten zich inschrijven bij de BRP (Basisregistratie Personen) in de gemeente waar ze gaan wonen. Voor arbeidsmigranten uit de EU geldt dat ze dit alleen hoeven te doen als ze langer dan 4 maanden in Nederland blijven (IND, z.d.) Arbeidsmigranten kunnen zich ook inschrijven bij de gemeente bij een verblijf korten dan 4 maanden. Dit kunnen ze dan doen als niet-ingezetene (Rijksoverheid, z.d.-b)

    Zorgverzekering
    Arbeidsmigranten zijn verplicht om binnen 4 maanden na aankomst in Nederland een zorgverzekering af te sluiten (IND, z.d.).

    Wie zijn de arbeidsmigranten in Gelderland?

    Decisio (2019) heeft in beeld gebracht hoeveel arbeidsmigranten*** er in Gelderland werkzaam zijn en hoeveel arbeidsmigranten er wonen. Figuur 1 laat zien dat tussen 2010 en 2017 een flinke toename is geweest in het aantal werkzame arbeidsmigranten in de provincie Gelderland, namelijk 23%. In Nederland is de groei gemiddeld 15%, dus dat ligt ruim daarboven. Opvallend is dat er maar een relatief kleine toename in het aantal woonachtige arbeidsmigranten in de provincie, zie figuur 2 . Hierbij is sprake van een toename van 6%.
    Hiervoor zijn verschillende oorzaken te geven, met de voornaamste wel dat Europese arbeidsmigranten de eerste 4 maanden zich niet hoeven in te schrijven bij de gemeente. Decisio geeft aan dat 45-55% van de arbeidsmigranten zich inschrijft bij een gemeente, dus dat betekent dat een redelijke groep niet in beeld is.
    Ook zou het natuurlijk mogelijk kunnen zijn dat de arbeidsmigranten die werkzaam zijn in Gelderland, niet allemaal in Gelderland wonen. Ze zouden bijvoorbeeld ook in Duitsland woonachtig kunnen zijn, of in omliggende provincies.

    *** Definitie arbeidsmigrant Decisio: Een economisch-actieve internationale arbeidsmigrant is een persoon in loondienst bij een in Nederland gevestigde organisatie waarvoor loonheffing is betaald aan de Belastingdienst. Daarnaast geldt dat deze persoon alleen een buitenlandse nationaliteit heeft; oftewel deze persoon heeft niet de Nederlandse nationaliteit. We maken onderscheid tussen internationale kenniswerkers en arbeidsmigranten. Voor kenniswerkers wordt een minimale looneis gesteld voor twee leeftijdsgroepen. De minimale looneis is ontleend aan de bruto loonbedragen in de kennismigrantenregeling. Voor berekening van de fiscale looneisen is 70% van de bruto looneisen uit de kennismigrantenregeling genomen. Alle werknemers die niet aan deze eis voldoen, worden gerekend tot de groep arbeidsmigranten.

    Figuur 1. Aantal werkzame arbeidsmigranten in de provincie Gelderland, 2010-2017 (Decisio, 2019, p. 2) 


    Figuur 2. Aantal woonachtige arbeidsmigranten in de provincie Gelderland, 2010-2017 (Decisio, 2019 p. 4)

    Het grootste deel van alle arbeidsmigranten in de provincie Gelderland is van Poolse afkomst (48% in 2017). Daarna komen arbeidsmigranten met Roemeense en Duitse afkomst, zie figuur 3. Het grootste gedeelte van de arbeidsmigranten in Gelderland is, net als landelijk, werkzaam via een uitzendbureau. Andere veelvoorkomende sectoren zijn Zakelijke dienstverlening, Horeca en Transport en Logistiek (Decisio, 2019).


    Figuur 3. Top 10 herkomstlanden arbeidsmigranten in Gelderland (Decisio, 2019, p.5)

    Onderzoek laat zien dat een relatief groot deel van de Poolse migranten werkt als seizoenarbeider in de landbouw. Dit is een sector met veel laaggekwalificeerd en laagbetaald werk. Migranten uit de andere Oost-Europese landen werken juist vaak in sectoren waar (iets) meer wordt betaald. Zo werken relatief veel Bulgaren en Roemenen voor zichzelf, terwijl Polen relatief vaak in dienst zijn bij een uitzendbureau (Strockmeijer A.W., 2020).

    Uitzendbranche
    Onderzoek van Conclusr Research laat zien dat van 1 juni 2015 tot 1 juni 2016 landelijk in ieder geval 119.598 arbeidsmigranten via een uitzendbureau werkzaam waren. Dit gaat om uitzendbureaus die aangesloten zijn bij ABU of NBBU. Een enquêteonderzoek onder de leden van ABU en NBBU**** laat zien dat arbeidsmigranten voornamelijk worden ingeleend door de logistieke sector (32%), de land- en tuinbouw (25%) en de voedingsindustrie (18%). Gemiddeld zijn bij een uitzendbureau werknemers 44 weken in dienst en daarvan wordt 70% bemiddeld in de huisvesting (Conclusr Research, 2017)

    ****ABU is de Algemene Bond Uitzendondernemingen, NBBU is Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen

    Arbeidsmigranten in Gelderse regio’s

    Arbeidsmigranten werken vooral in regio Foodvalley (met name Nijkerk), Stedendriehoek (Clean-Tech) (met name Apeldoorn) en Rivierenland (met name Zaltbommel). Maar qua woonlocatie is het aandeel arbeidsmigranten het hoogst in Nijmegen,  Arnhem en de Stedendriehoek (Clean-Tech)***** (Companen, 2019). Figuur 4 en 5 laten zien hoe arbeidsmigranten verdeeld zijn over de verschillende gemeenten in Gelderland, naar werkgemeente (figuur 4) en woongemeente (figuur 5).

    ***** Dit is wel een vertekend beeld, omdat alleen de woonlocatie bekend is van immigranten die zich hebben ingeschreven bij de gemeente en dat is alleen verplicht voor immigranten die langer dan 4 maanden blijven. Naast de onvolledige inschrijving in de BRP komt het verschil tussen wonen en werken ook doordat een uitzendbureau in 1 gemeente gevestigd is (als werkgever), maar dat de arbeidsmigranten in de praktijk elders werken en wonen.

    Tabel 1 laat zien uit welke herkomstlanden de meeste arbeidsmigranten komen voor de provincie Gelderland en voor de gemeenten die meer dan 1.000 werkzame arbeidsmigranten hebben. De groep Poolse arbeidsmigranten is overal de grootste, behalve in Montferland, daar is het aandeel Roemeense arbeidsmigranten het grootst. In steden Arnhem en Nijmegen zie je dat het percentage arbeidsmigranten uit Polen relatief laag is en ook voor de andere groepen de percentages relatief laag liggen. Dit lijkt aan te geven dat de populatie arbeidsmigranten daar diverser is.

    Figuur 4. Aantal arbeidsmigranten naar werkgemeente in 2017 (Decisio, 2019, p. 3)

    Figuur 5. Aantal arbeidsmigranten naar woongemeente in 2017 (Decisio, 2019, p. 4)

    Werklocatie

    Positie 1

    Positie 2

    Positie 3

    Positie 4

    Positie 5

    Positie 6

    Positie 7

    Positie 8

    Positie 9

    Prov. Gelderland

    Pools
    48%

    Roemeens
    8%

    Duits
    7%

    Hongaars
    4%

    Turks
    3%

    Slovaaks
    2%

    Spaans
    2%

    Chinees
    1%

    Bulgaars
    1%

    Apeldoorn

    Pools
    33%

    Hongaars
    6%

    Turks
    6%

    Duits
    4%

    Roemeens
    3%

    Syrisch
    3%

    Marokkaans
    3%

    Bulgaars
    3%

    Onbekend
    2%

    Arnhem

    Pools
    17%

    Turks
    10%

    Duits
    7%

    Bulgaars
    7%

    Italiaans
    4%

    Chinees
    4%

    Spaans
    3%

    Marokkaans
    3%

    Onbekend
    3%

    Doetinchem

    Pools
    59%

    Duits
    7%

    Roemeens
    4%

    Slowaaks
    4%

    Turks
    3%

    Hongaars
    2%

    Syrisch
    1%

    Onbekend
    1%

    Tsjechisch
    1%

    Ede

    Pools
    46%

    Duits
    7%

    Turks
    5%

    Chinees
    3%

    Onbekend
    3%

    Spaans
    3%

    Hongaars
    2%

    Italiaans
    2%

    Marokkaans
    2%

    Lochem

    Pools
    84%

    Roemeens
    4%

    Duits
    2%

    Hongaars
    1%

    Lets
    1%

    Chinees
    1%

     

     

     

     

    Maasdriel

    Pools
    79%

    Bulgaars
    8%

    Litouws
    2%

    Turks
    2%

    Duits
    2%

    Slowaaks
    1%

    Lets
    1%

    Hongaars
    1%

    Roemeens
    1%

    Montferland

    Roemeens
    37%

    Pools
    32%

    Duits
    8%

    Hongaars
    7%

    Spaans
    3%

    Slowaaks
    2%

    Chinees
    1%

    Turks
    1%

    Litouws
    1%

    Nijkerk

    Pools
    82%

    Hongaars
    4%

    Duits
    2%

    Spaans
    2%

    Roemeens
    1%

    Turks
    1%

    Litouws
    1%

    Marokkaans
    1%

    Slowaaks
    1%

    Nijmegen

    Pools

    21%

    Duits
    13%

    Roemeens
    10%

    Hongaars
    5%

    Turks
    5%

    Litouws
    4%

    Lets
    4%

    Chinees
    3%

    Italiaans
    3%

    Tiel

    Pools

    66%

    Duits
    6%

    Turks
    5%

    Roemeens
    3%

    Marokkaans
    2%

    Onbekend
    2%

    Bulgaars
    1%

    Chinees
    1%

    Italiaans
    1%

    West-Betuwe

    Pools
    57%

    Duits
    9%

    Roemeens
    7%

    Slowaaks
    4%

    Bulgaars
    2%

    Marokkaans
    2%

    Turks
    1%

    Spaans
    1%

    Syrisch
    1%

    Zaltbommel

    Pools
    59%

    Roemeens
    6%

    Belgisch
    5%

    Duits
    4%

    Eritrees
    2%

    Syrisch
    2%

    Spaans
    2%

    Turks
    2%

    Onbekend
    1%

    Tabel 1. Meest voorkomende herkomstlanden voor de provincie Gelderland en gemeenten met meer dan 1.000 werkzame arbeidsmigranten in 2017 (Decisio, 2019, p. 6)

    Hoe ben jij in jouw werk bezig met het thema arbeidsmigranten? Wat denk jij dat de reden is dat arbeidsmigranten naar Gelderland komen? Welke ontwikkelingen en trends zie jij gebeuren? Ik hoor het graag in de reacties. Mocht je meer willen weten over hoe wij vanuit Onderwijs en Arbeidsmarkt met dit thema bezig zijn, kun je ook contact met me opnemen.

    Bibliografie

    Companen. (2019). Bevolkings- en huishoudensprognose Gelderland 2019

    Conclusr Research. (2017). Flexmigranten in Nederland; Onderzoek 2016. 

    Decisio. (2019). Memo cijfers arbeidsmigranten provincie Gelderland. 

    IND. (z.d.). Als EU/EER-burger of Zwitser in Nederland wonen. Opgeroepen op juli 24, 2020

    Rijksoverheid. (z.d.-a). Vergunningen buitenlandse werknemers. Opgeroepen op juli 24, 2020

    Rijksoverheid. (z.d.-b). Huisvesting EU-arbeidsmigranten. Opgeroepen op juli 27, 2020

    SER. (2014). Arbeidsmigratie. 

    Strockmeijer, A. W. (2020). De arbeidsmarktpositie verklaart: werk en uitkeringsgebruik van Oost-Europese arbeidsmigranten in Nederland. 

     

  • Wat de provincie doet voor goed Gelders onderwijs (deel 2)

    13-04-2021 700 keer bekeken 0 reacties
    Bericht Wat de provincie doet voor goed Gelders onderwijs (deel 2) bekijken
    • Auteur: Skip Bentum, projectmedewerker lerarentekort provincie Gelderland
    • Leestijd: 5 minuten

    In mijn vorige blog ‘Goed Gelders onderwijs = meer leraren’ had ik het over het lerarentekort in Gelderland. Het is een complex probleem dat impact heeft op de kwaliteit van het onderwijs, de kansen van jongeren en de toekomstbestendigheid van de Gelderse economie. Daarom wil ook Provincie Gelderland het tekort helpen aanpakken. Wil je ook een bijdrage leveren in het aanpakken van de tekorten in het po, vo of mbo, of ben je al betrokken bij een project of organisatie dat zich hierop richt? Lees dan dit blog over wat het programma Onderwijs en Arbeidsmarkt (O&A) van provincie Gelderland gaat doen en hoe wij kunnen helpen.

    We doen dit samen

    Het lerarentekort wordt op dit moment aangepakt door veel mensen en organisaties in heel Nederland. De noodzaak is duidelijk in het onderwijs en bij de overheid. Er is nationale en regionale aandacht, waardoor er de afgelopen jaren veel initiatieven zijn gestart en er meer in het onderwijs wordt geïnvesteerd. Ik onderzocht voor de provincie wat zij vanuit haar rol op het gebied van onderwijs en arbeidsmarkt kan doen om het effect van deze projecten en samenwerkingsverbanden in Gelderland te versterken.

    Wat de provincie precies gaat doen

    Verkennend onderzoek  en gesprekken met diverse belanghebbenden hebben scherpte aangebracht in de precieze uitdagingen waar we gezamenlijk voor staan in de aanpak van het lerarentekort (zie hiervoor ook mijn eerste blog). De koers in het beleidsprogramma Onderwijs en Arbeidsmarkt, gecombineerd met de opgehaalde behoefte uit mijn onderzoek leiden tot een concrete eerste vervolgstap.

    De regioadviseurs van Onderwijs en Arbeidsmarkt zullen actief het gesprek aangaan met de betrokkenen in de aanpak van het lerarentekort. Met die gesprekken verkennen we concreet hoe we onze rol van (boven)regionaal verbinder en ons netwerk kunnen inzetten ter ondersteuning van de acties die zij ondernemen. We brengen kennis mee van de regio en van andere initiatieven, en de mogelijkheid tot het doen van extra onderzoek of projecten wanneer een knelpunt op meerdere plekken in de provincie speelt. De gesprekken helpen ons omgekeerd ook enorm met inzichten en het verbreden van ons netwerk.    

    Wat zijn onze doelen?

    Ons hoofddoel in de aanpak is natuurlijk om meer leraren voor de klas te krijgen in Gelderland. Eerder onderzoek heeft ten aanzien van dat hoofddoel en onze rol een aantal subdoelen opgeleverd, namelijk:

    • We jagen samenwerking aan onder initiatieven en verbinden deze met stakeholders  in het onderwijs, de overheid en het bedrijfsleven
    • We faciliteren kennisuitwisseling tussen initiatieven en partners om betrokkenen van elkaars ervaringen te laten leren
    • We profileren innovaties in het onderwijs (zoals hybride docentschap) onder belanghebbenden om het bewustzijn en de adoptie van creatieve oplossingen te stimuleren
    • We maken onze huidige en nieuwe partners meer bewust  van de kansen die het onderwijs biedt voor werkzoekend talent, vooral tijdens economische onzekerheid.

    Deze doelen geven richting aan de rol van de regioadviseurs in het helpen oplossen van het lerarentekort. Het is mij opgevallen dat betrokkenen in de bestaande aanpakken veelal lijken te bestaan uit personen en organisaties in het onderwijs. Door hen ook te verbinden met belanghebbenden binnen organisaties als arbeidsmarktregio’s en bedrijven willen we meer initiatieven mogelijk maken en het effect van die projecten te vergroten. Het lerarentekort is immers een maatschappelijk probleem waarbij verschillende perspectieven en partners uit de samenleving kunnen helpen.

    Kickstart

    De inzet van de regioadviseurs van de provincie kent drie fasen: verkennen, uitvoeren en intensiveren. Dit voorjaar verkennen we hoe het lerarentekort er uit ziet in de regio’s en wie daar wat tegen doet. De regioadviseurs gaan op zoek naar bestaande initiatieven, maar richten zich in ieder geval op het in gesprek gaan met regionale aanpakken die het gevolg zijn van de landelijke regeling Regionale Aanpak Personeelstekorten (RAP). Onderdeel van de verkennende fase is in gesprek gaan met aanpakken om te kijken hoe we kunnen helpen. De bevindingen gebruiken we vervolgens om de wensen te verzamelen en een stakeholderanalyse te doen.

    De tweede fase is gericht op uitvoeren. De regioadviseurs denken mee met betrokkenen van de initiatieven en aanpakken, onderzoeken in hoeverre zij hulp op maat kunnen bieden en hoe ze waardevolle verbindingen kunnen laten ontstaan. Ze maken hierbij gebruik van een bestaand netwerk van partners binnen en buiten de regio. Vanaf dat moment wordt dit een vast onderdeel van de werkzaamheden van de regioadviseurs, zodat ze een structurele bijdrage kunnen leveren om het lerarentekort te helpen aanpakken. Net zolang tot het lerarentekort geen grote dreiging meer vormt voor goed onderwijs in Gelderland.

    Voor de zomer start de derde fase. Dan gaan de regioadviseurs de kennisuitwisseling intensiveren in en tussen de regio’s. Bijvoorbeeld door een gezamenlijke bijeenkomst over onderwijsinnovaties te organiseren voor verschillende aanpakken en initiatieven samen. Zo proberen we binnen en buiten de regio kennisuitwisseling te stimuleren.

    Doe je ook mee?

    Wij zijn op zoek naar mensen die betrokken zijn bij projecten of samenwerkingsverbanden die zich richten op het aanpakken van het lerarentekort in Gelderse regio’s. Stuur mij een mail als je met ons in gesprek wil of bekijk de contactpagina om te zien welke regioadviseur actief is in jouw regio. We gaan graag met je in gesprek!

    Dit blog is onderdeel van een drieluik over het lerarentekort in Gelderland, en hoe we dat als provincie willen aanpakken, samen met onze partners.

     

  • "We leren studenten hun gebruiksaanwijzing te communiceren”

    04-03-2021 1233 keer bekeken 0 reacties
    Ervaringsdeskundige Anneke Zondag drinkt koffie

    Op de foto: Anneke Zondag, ervaringsdeskundige en oud-student van de Radboud Universiteit in Nijmegen.

    Een inclusieve arbeidsmarkt vraagt iets van werkgevers. Talent met een afstand tot de arbeidsmarkt heeft soms iets anders nodig dan wat er in het bedrijf al georganiseerd is om medewerkers goed tot hun recht te laten komen.

    Daar zit ook een uitdaging voor de werkzoekende. Hoe vertel je wat je allemaal in huis hebt, en vraag je om wat je nodig hebt om je werk goed te kunnen doen? Dat kan een drempel vormen om een passende baan -of opleiding- te vinden. Daarom begeleidt de Radboud Universiteit in Nijmegen studenten met een ondersteuningsbehoefte tot een jaar na het afstuderen.

    Elke Schrijen is studie- en loopbaanbegeleider. Samen met haar collega Jeroen van den Hoven begeleidt ze studenten met een ondersteuningsbehoefte. Oud-studente Anneke Zondag weet hoe nuttig zo’n steuntje in de rug is.

    Leestijd: 5 minuten

    Uitdagend werk op passende plek

    Alle studenten kunnen bij de afdeling Student support terecht met vragen of twijfels over hun studiekeuze of bij de stap naar de arbeidsmarkt. Schrijen: “Samen met Jeroen begeleid ik studenten met een onder-steuningsbehoefte: bijvoorbeeld studenten met adhd, autisme, een chronische ziekte of een lichamelijke beperking. We merkten dat zij vaak wel een werkplek vonden binnen de kaders die ze nodig hebben, maar dat die vaak niet paste bij hun capaciteiten. We willen studenten helpen een baan te vinden die hen voldoende uitdaagt, én die hen de plek biedt waar ze dat werk goed kunnen doen.”

    Studie- en loopbaanbegeleider Elke Schrijen
    Studie- en loopbaanbegeleider Elke Schrijen

    Persoonlijke gebruiksaanwijzing

    Schrijen: “Uitgangspunt is: wat een student zelf kan, doet diegene zelf. Ik help hen te ontdekken waar hun talenten liggen en waar ze energie van krijgen. Ook kijken we naar wat ze nodig hebben, bijvoorbeeld een aangepaste werkplek, en hoeveel ze kunnen werken. Daaruit rolt een persoonlijk profiel, een soort gebruiksaanwijzing van de persoon. Als studenten hun profiel teruglezen geeft dat zelfvertrouwen, dan zien ze wat ze allemaal kunnen. 

    Leg je uit dat je niet mee gaat lunchen omdat je al veel prikkels krijgt van het werk, komt dat heel anders over dan als je zwijgend afstand houdt.

    Het gaat erom dat ze die gebruiksaanwijzing vervolgens leren communiceren. Leg je uit dat je niet iedere dag met je collega’s gaat lunchen omdat je al veel prikkels krijgt van het werk, komt dat heel anders over dan als je zwijgend afstand houdt. Met die gebruiksaanwijzing in het achterhoofd gaan ze samen met Jeroen aan de slag met de stap naar de arbeidsmarkt: hoe en waar solliciteer je, hoe voer je een gesprek, enzovoort.

    Als het profiel van een student bij onze eigen organisatie past, kijken we of we iemand kunnen plaatsen. Gaat iemand niet meteen door naar een baan, dan zorgen we dat diegene altijd is gekoppeld aan een volgende begeleider: iemand bij het WerkBedrijf, een ambulant begeleider of werkcoach van het jongerenloket; het is heel fijn dat die grenzen steeds meer vervagen. Want als iemand tussen wal en schip belandt, wordt juist voor deze groep de drempel steeds hoger om weer verder te zoeken.”

    Hetzelfde, maar kwetsbaarder

    “Heb je bijvoorbeeld adhd of ben je blind, dan neem je een extra rugzakje mee”, vertelt Schrijen. “Deze studenten hebben er vaak minder vertrouwen in dat er een plekje voor hen is op de arbeidsmarkt. En meteen aan het begin moeten ze extra voor zichzelf opkomen om zaken te regelen. Dat maakt hen kwetsbaarder.

    Bij ons klinkt steeds meer de roep dat het toch geweldig zou zijn als we dit voor alle studenten kunnen bieden.

    Is er in een groep 1 student met een beperking, krijgt die eerder het gevoel dat anderen flierefluitend verdergaan en het alleen eventjes niet meer weten; de beperking valt dan juist op, en dat willen we niet.” Een apart traject kan in zulke gevallen uitkomst bieden. “Voor het grootste deel is het hetzelfde voor iedereen. Maar eigenlijk is het natuurlijk niet inclusief.” Het aparte traject inspireert collega’s. “Bij ons klinkt steeds meer de roep dat het toch geweldig zou zijn als we dit voor alle studenten kunnen bieden.”

    Extra bagage

    Voordat studenten de stap naar de arbeidsmarkt zetten, is er hun studie. Ook daarbij kunnen studenten begeleiding krijgen. En ook die wordt aangepast op wat de student in kwestie nodig heeft, weet voormalig studente Anneke Zondag. Toen ze 21 was, kreeg ze de diagnose persoonlijkheidsstoornis. Meer dan naar een psycholoog gaan, deed ze daar niet mee. “Op mijn 25e stortte ik in. Ik had nog maar weinig energie en psychisch ging het niet zo goed. Mijn studieadviseur hielp me heel praktisch: wat is voor mij een goede planning, hoe pak ik de studie aan? En ze motiveerde me door me op mijn goede cijfers te wijzen. ‘Hoe denk je dat dat komt?’ vroeg ze dan.”

    Het was gewoon een steuntje in de rug

    De studieadviseur bracht haar ook in contact met de studentendecaan. “Met haar kon ik bespreken waar ik tegenaan liep, zoals mijn perfectionisme. Daar heb ik veel aan gehad. Het hielp om positief te blijven. Ze wees me ook op allerlei regelingen, zoals hulp bij mijn scriptie. Als je niet weet dat die mogelijkheden er zijn, kun je ze ook niet gebruiken. Heel veel studenten kloppen bij haar aan, dus het voelde niet raar. Het was gewoon een steuntje in de rug.”

    Iedereen loopt tegen dingen aan

    Aan het eind van haar studie meldde Zondag zich bij afdeling Student Support. Schrijen en Van den Hoven begeleidden haar tot een werkervaringsplek bij gemeente Nijmegen. Nu werkt ze daar als beleidsmedewerker maatschappelijke ontwikkeling.

    In het traject leerde ze veel over zichzelf. “Ik leg de lat erg hoog, wil dan veel te veel doen, en ga dan richting een burn-out. Dus voorlopig werk ik 10 uur per week. Komt dat minder werken doordat ik psychisch geworsteld heb? Het beperkt me niet om mijn werk goed te doen, en collega’s lopen ook tegen dingen aan.” Een kwartje dat al begon te vallen tijdens het traject naar een baan, toen ook zij haar gebruiksaanwijzing maakte. “Ik ben misschien wel normaler dan ik denk.”

    Schrijen beaamt: “Ik heb zelf ook een gebruiksaanwijzing. Eigenlijk zou iedereen die van zichzelf moeten kennen: hoe kan iemand aan je zien dat het minder goed gaat, en hoe kan diegene dan helpen? Dat haalt meteen de hokjes weg.”

    Close up Anneke Zondag
    Anneke Zondag

    Tips

    Schrijen: “Er zijn minder functies voor hoogopgeleiden met een ondersteuningsbehoefte. Gelukkig staan steeds meer bedrijven ervoor open. Als je ook deze groep een kans wilt bieden en je hebt een functie voor een wo- of hbo-afgestudeerde, meld je dan bij een onderwijsinstelling waar je mogelijk kandidaten van kunt krijgen.

    Probeer in elkaars schoenen te gaan staan, en denk creatief na over hoe je iets mogelijk kunt maken. Accepteer dat iemand ook een heel goede werknemer is als diegene bijvoorbeeld minder vaak een praatje maakt. En betrek het team erbij. Als collega’s uitgaan van volledige belastbaarheid terwijl diegene dat niet kan, krijg je (voor)oordelen. Voor een student geldt ook: heb je 80% belastbaarheid, solliciteer dan niet op een baan waar je echt die 100% nodig hebt.”

    Het is heel fijn als iemand een veilige plek creëert.

    Zondag: “Eerder bij de decaan en daarna bij mijn leidinggevende kon ik mijn verhaal kwijt. Regelmatig even gaan zitten en vragen hoe het gaat, dat geeft een positieve focus. Ik besefte dat ik misschien wel helemaal niet zo raar ben als ik dacht. Ik zou daar zelf niet om vragen, ik wil niemand tot last zijn of aandacht op mijn beperking richten. Ik ben een voorvechter van open over dingen praten, maar met een leidinggevende kan dat heel eng zijn. Het is heel fijn als iemand een veilige plek creëert.”

    Meepraten?

    Heb je vragen of opmerkingen? Registreer je op het platform en plaats een reactie onder dit bericht. 

    Provincie Gelderland zet zich in voor een inclusieve arbeidsmarkt waarin elk talent mee kan doen. Met deze interviewreeks laten we zien wat een inclusieve talentbenadering een bedrijf en de maatschappij kan brengen.

  • Goed Gelders onderwijs = meer leraren (deel 1)

    15-02-2021 1428 keer bekeken 2 reacties
    Bericht Goed Gelders onderwijs = meer leraren (deel 1) bekijken
    • Auteur: Skip Bentum, projectmedewerker lerarentekort provincie Gelderland
    • Leestijd: 5 minuten

    Goed onderwijs hangt af van een aantal belangrijke voorwaarden. Voldoende leraren, bijvoorbeeld. Helaas is er sprake van een lerarentekort, wat de onderwijskwaliteit in gevaar kan brengen. Daarom wordt er van alle kanten gewerkt aan oplossingen. Ook Provincie Gelderland gaat een handje helpen.

    Dit blog is onderdeel van een drieluik over het lerarentekort in Gelderland, en hoe we dat als provincie willen aanpakken, samen met onze partners. Omdat dit nieuw voor ons is, onderzoeken we hoe we onze expertise kunnen inzetten. De blog van vandaag geeft een indruk van de situatie en hoe in de regio het lerarentekort wordt aangepakt.


    Hoe groot is het tekort?

    Door het tekort aan leraren komt de kwaliteit van het onderwijs op scholen onder druk te staan. Dit moeten we aanpakken, omdat het niet alleen een negatief effect kan hebben op de toekomst van jongeren, maar ook op de toekomst van de regionale economie. Maar hoe groot is het probleem nou eigenlijk?

    Om eerlijk te zijn, dat weten we niet zo goed. Er zijn geen volledige cijfers over de huidige omvang van het tekort. Landelijk onderzoek door CentERdata -in opdracht van o.a. het ministerie van OCW- geeft ons een beeld van hoe het lerarentekort de komende jaren zal toenemen in het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs. In dat onderzoek is 2019 als ijkpunt genomen. De situatie zoals die toen was is het nulpunt waarop de schatting van de tekorten wordt gebaseerd. En dat vertekent het beeld van de ware omvang van probleem een beetje, want ook in 2019 waren er al te weinig leraren. In werkelijkheid komen de geraamde tekorten dus bovenop de toen al bestaande tekorten.

    De periodieke prognoses van CentERdata zijn al een paar jaar zorgwekkend, maar de maatregelen van het Rijk en regionale initiatieven lijken al wel enig effect te hebben. Zo blijkt volgens Arbeidsmarktplatform PO dat er veel meer zij-instromers in het basisonderwijs zijn dan verwacht. Zulk goed nieuws is belangrijk, maar de situatie is en blijft ernstig.

    Factsheet lerarentekort Gelderland_november 2020_1

    Basisonderwijs

    Ik kan nu een lang en ingewikkeld verhaal vertellen over de data achter het lerarentekort in Gelderland, maar ik houd het bij een aantal belangrijke bevindingen. In het basisonderwijs zal het lerarentekort tussen 2020 en 2024 toenemen met 231 fte, voornamelijk in de regio’s Foodvalley, Rijk van Nijmegen en Rivierenland. Kijken we nog iets verder vooruit, dan is de verwachting dat in 2029 6% van alle lerarenbanen in het primair onderwijs in heel Gelderland niet ingevuld kunnen worden. De verwachte tekorten zijn dus enorm. Schrale troost: in de rest van Nederland wordt dit probleem nóg nijpender...

    Voortgezet onderwijs

    In het voortgezet onderwijs neemt het lerarentekort tot 2025 toe met 145 fte. Vooral in de regio's Foodvalley, Rivierenland, Midden-Gelderland en Achterhoek wordt het invullen van die extra vacatures heel moeilijk, ook afgezet tegen het landelijk perspectief. Naar verwachting zullen 2,2% van de banen zelfs helemaal niet kunnen worden ingevuld. In Stedendriehoek en Noordwest-Veluwe is het beeld optimistischer, en is het probleem wel aanwezig (!) maar kleiner dan het landeijk gemiddelde.

    Middelbaar beroepsonderwijs

    Het mbo heeft volgens onderwijsorganisaties als de MBO-raad moeite met het aantrekken van voldoende leraren, met name op het gebied van techniek, technologie en zorg. Exacte data is er echter niet. CentERdata verwacht wel een flinke vervangingsvraag in het mbo de komende jaren: veel leraren gaan met pensioen.

    Welke leraren hebben we het hardst nodig?

    Alle leraren in het onderwijs zijn even belangrijk, maar de tekorten in het voortgezet onderwijs verschillen per vak. Het ene vak kent een grotere schaarste aan bevoegde leraren dan andere vakken. Volgens de nieuwste raming van CentERdata hebben we in Gelderland in 2025 vooral een onvervulde vraag naar leraren Duits (29 fte), Frans (22 fte), wiskunde (19 fte), natuurkunde (15 fte) en scheikunde (13 fte). Let op: deze bonte verzameling is een schatting op basis van de prognoses en komt bovenop huidige tekorten. Daardoor vallen andere tekortvakken eigenlijk minder op.

    CentERdata constateerde landelijk in 2019 de volgende tekortvakken:

    • Permanente tekortvakken: informatica, natuurkunde, scheikunde, wiskunde, techniek, gezondheidszorg en welzijn
    • Vakken met een afnemend tekort: Nederlands, economie, maatschappijleer, Engels en biologie
    • Vakken met een oplopend tekort: Duits, Frans, klassieke talen
    • Vakken met een permanent laag (of geen) tekort: geschiedenis, levensbeschouwing, CKV, kunstvakken, lichamelijke opvoeding en de overige vakken

    Ondanks dat we niet precies weten hoeveel leraren we nodig hebben voor elk van deze tekortvakken, weten we wel dat hier aandacht voor nodig is.

    Factsheet lerarentekort Gelderland_november 2020_2

    Wat wordt eraan gedaan?

    Het kabinet Rutte-III heeft de afgelopen jaren maatregelen genomen om het lerarentekort aan te pakken. Een van de maatregelen was een subsidieregeling gericht op regionale aanpakken, de Regionale Aanpak Personeelstekort (RAP), een opvolger van een eerdere regeling. De RAP heeft er voor gezorgd dat sinds 2019 scholen, lerarenopleidingen en andere organisaties meer regionaal zijn gaan samenwerken om onder andere de (zij-)instroom te bevorderen, stages te organiseren en strategisch HR-beleid te verbeteren.

    Er waren ook al andere initiatieven op dit gebied, zoals het Techniekpact. Het Techniekpact is een samenwerking tussen verschillende stakeholders (waaronder de provincie) om voldoende technisch talent op te leiden en om voldoende techniekleraren voor de klas te krijgen, samen met het bedrijfsleven. Een ander initiatief is Platform Talent voor Technologie, dat zich inzet om voldoende talent op te leiden voor de techsector.

    Wat gaat de provincie doen?

    Provincie Gelderland wil een toekomstbestendige economie realiseren. Dit kan niet zonder te investeren in de jeugd, aangezien zij de toekomst zijn. Daarom willen wij ons ook inzetten voor goed onderwijs. 

    De volgende blog richt zich op hoe wij samen met het onderwijs, overheden en bedrijven een bijdrage gaan leveren om te zorgen voor voldoende leraren in de regio.

    Meepraten?

    Heb je vragen of opmerkingen? Registreer je op het platform en plaats een reactie onder dit bericht. Ik ga als medewerker (met een lerarenachtergrond) graag met je in gesprek!

Cookie-instellingen
Cookie-instellingen sluiten

Cookie-instellingen wijzigen

Deze website maakt gebruik van cookies. Cookies worden onder andere gebruikt voor het bijhouden van statistieken, het opslaan van voorkeuren, het optimaliseren van deze website, de integratie van social media en marketingdoeleinden. Lees meer over cookies en jouw privacy in ons cookieverklaring. Wij gebruiken de hieronder genoemde soorten cookies.


Deze cookies gebruiken we om de basisfuncties van deze website te kunnen laten draaien en om inzicht te krijgen in het gebruik. Deze cookies verzamelen nooit persoonsgegevens. Deze cookies zijn noodzakelijk voor het functioneren van de website en worden daarom altijd geplaatst.

Deze cookies verzamelen gegevens zodat we inzicht krijgen in het gebruik en deze website verder kunnen verbeteren.

Indien u deze toestaat, worden deze cookies gebruikt door aanbieders van externe content die op deze website kan worden getoond. In sommige gevallen gaat het daarbij om marketing- en/of tracking cookies, die het gedrag van bezoekers vastleggen en op basis daarvan gepersonaliseerde advertenties tonen op andere websites.